|
24.1.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 37/8 |
Hogere voorziening ingesteld op 23 september 2021 door DD tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 14 juli 2021 in zaak T-632/19, DD/FRA
(Zaak C-587/21 P)
(2022/C 37/13)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirant: DD (vertegenwoordiger: N. Lorenz, Rechtsanwältin)
Andere partij in de procedure: European Union Agency for Fundamental Rights
Conclusies
|
— |
het bestreden arrest in zijn geheel vernietigen, en, dientengevolge; |
|
— |
het besluit van de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) van 19 november 2018 tot afwijzing van het door rekwirant ingediende verzoek in de zin van artikel 90, lid 1, van het Ambtenarenstatuut, nietig verklaren;
|
Middelen en voornaamste argumenten
Onjuiste rechtsopvatting en onjuiste opvatting van het bewijs bij de uiteenzetting van de feiten.
Onjuiste rechtsopvatting en schending van het rechtszekerheidsbeginsel met betrekking tot de eerste onrechtmatigheidsgrond.
Onjuiste rechtsopvatting, schending van het gezag van gewijsde, ontoereikende motivering, verzuim om te beslissen op de vordering van rekwirant en onjuiste opvatting van het bewijs met betrekking tot de tweede onrechtmatigheidsgrond.
Onjuiste rechtsopvatting, kennelijke beoordelingsfout en ontoereikende motivering met betrekking tot de derde onrechtmatigheidsgrond.
Onjuiste rechtsopvatting, onjuiste opvatting van het bewijs, kennelijke beoordelingsfout, middel waarmee wordt betoogd dat het Gerecht ultra vires en ultra petita heeft gehandeld, middel waarmee wordt betoogd dat het Gerecht het aanbod van rekwirant om op verzoek een document over te leggen dat van belang was voor de zaak, en ontoereikende motivering met betrekking tot de vierde onrechtmatigheidsgrond.
Onjuiste rechtsopvatting, ontoereikende motivering, onjuiste juridische kwalificatie van de feiten, onjuiste opvatting van het bewijs en een kennelijke beoordelingsfout met betrekking tot de vijfde onrechtmatigheidsgrond.
Onjuiste rechtsopvatting, onjuiste opvatting van het bewijs, verzuim om te beslissen op de vordering van rekwirant, onjuiste juridische kwalificatie, middel waarmee wordt betoogd dat het Gerecht ten onrechte het verzoek van rekwirant om overlegging te gelasten van een document dat van belang was voor de zaak heeft afgewezen, onvolledige beoordeling van het verzoekschrift en van het door rekwirant aangevoerde middel inzake intimidatie, met betrekking tot de zesde onrechtmatigheidsgrond.
Onjuiste rechtsopvatting in het onderdeel van het arrest van het Gerecht dat betrekking heeft op het bestaan van de gestelde schade en het causale verband.