|
13.12.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 502/12 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Schleswig- Holsteinische Verwaltungsgericht (Duitsland) op 13 augustus 2021 — SI e.a. / Bundesrepublik Deutschland
(Zaak C-497/21)
(2021/C 502/19)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Schleswig-Holsteinisches Verwaltungsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: SI, TL, ND, VH, YT, HN
Verwerende partij: Bundesrepublik Deutschland
Prejudiciële vragen
|
1. |
Is een nationale regeling op grond waarvan een verzoek om internationale bescherming als niet-ontvankelijk volgend verzoek kan worden afgewezen, verenigbaar met artikel 33, lid 2, onder d), en artikel 2, onder q), van richtlijn 2013/32/EU (1) wanneer de niet-succesvolle eerste asielprocedure is gevoerd in een andere lidstaat van de Europese Unie? |
|
2. |
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, is een nationale regeling op grond waarvan een verzoek om internationale bescherming als niet-ontvankelijk volgend verzoek kan worden afgewezen, dan eveneens verenigbaar met artikel 33, lid 2, onder d), en artikel 2, onder q), van richtlijn 2013/32/EU wanneer de niet-succesvolle eerste asielprocedure is gevoerd in het Koninkrijk Denemarken? |
|
3. |
Indien de tweede vraag ontkennend wordt beantwoord, is een nationale regeling op grond waarvan een asielverzoek in geval van een volgend verzoek niet-ontvankelijk is zonder dat daarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus, dan verenigbaar met artikel 33, lid 2, onder d), van richtlijn 2013/32/EU?” |
(1) Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB 2013, L 180, blz. 60).