26.9.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 368/10


Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 2 mei 2022 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Curte de Apel Alba Iulia — Roemenië) — S.H. / Administraţia Judeţeană a Finanţelor Publice Sibiu, Direcţia Generală Regională a Finanţelor Publice Braşov

(Zaak C-627/21) (1)

(Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Harmonisatie van de belastingwetgeving - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Richtlijn 2006/112/EG - Aftrek van de voorbelasting met betrekking tot de verwerving, de bouw en de aanpassing van onroerende zaken - Ambtshalve intrekking van de btw-registratie van een belastingplichtige - Herziening van de oorspronkelijk toegepaste aftrek - Antwoord op de prejudiciële vraag dat duidelijk kan worden afgeleid uit de rechtspraak)

(2022/C 368/14)

Procestaal: Roemeens

Verwijzende rechter

Curtea de Apel Alba Iulia

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: S.H.

Verwerende partijen: Administraţia Judeţeană a Finanţelor Publice Sibiu, Direcţia Generală Regională a Finanţelor Publice Braşov

Dictum

De artikelen 16, 184, 186 tot en met 188 en 192 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde moeten aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale regeling en praktijk die een belastingplichtige, wiens registratie voor de belasting over de toegevoegde waarde (btw) voor een bepaalde periode is ingetrokken omdat er geen belastbare handelingen waren vermeld in de btw-aangiften die hij zes opeenvolgende maanden had ingediend, verplichten de in aftrek gebrachte voorbelasting met betrekking tot de verwerving van investeringsgoederen te herzien, zonder dat die belastingplichtige mag bewijzen dat is voldaan aan de materiële voorwaarden voor het recht op aftrek, op grond dat het onweerlegbare vermoeden bestaat dat de belastingplichtige die goederen voor andere doeleinden dan economische activiteiten heeft gebruikt.


(1)  PB C 191 van 10.5.2022.