|
28.3.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 138/5 |
Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 7 februari 2022 [verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Arbitral Tributário (Centro de Arbitragem Administrativa — CAAD) — Portugal] — Vapo Atlantic SA / Autoridade Tributária e Aduaneira
(Zaak C-460/21) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Accijns - Richtlijn 2008/118/EG - Artikel 1, lid 2 - Met specifieke doeleinden heffen van andere indirecte belastingen - “Specifieke doeleinden” - Begrip - Financiering van een overheidsbedrijf dat concessiehouder is van het nationale wegennet - Doelstellingen inzake milieuduurzaamheid en de vermindering van het aantal ongevallen - Zuiver begrotingstechnisch doel - Weigering van belastingteruggaaf wegens ongerechtvaardigde verrijking - Voorwaarden)
(2022/C 138/05)
Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Tribunal Arbitral Tributário (Centro de Arbitragem Administrativa — CAAD)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Vapo Atlantic SA
Verwerende partij: Autoridade Tributária e Aduaneira
Dictum
Bij beschikking van het Hof van 7 februari 2022 beslist het Hof (Achtste kamer) als volgt:
|
1) |
Artikel 1, lid 2, van richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van richtlijn 92/12/EEG moet aldus worden uitgelegd dat een heffing waarvan de opbrengst in het algemeen toekomt aan een overheidsbedrijf dat concessiehouder van het nationale wegennet is, en waarvan de structuur niet zodanig is opgezet dat het verbruik van de belangrijkste brandstoffen voor het wegvervoer wordt ontmoedigd, geen “specifieke doeleinden” nastreeft in de zin van deze bepaling. |
|
2) |
Het Unierecht moet aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat de nationale autoriteiten de weigering tot terugbetaling van het bedrag dat voortvloeit uit een met richtlijn 2008/118 strijdige indirecte heffing, baseren op de aanname dat dit bedrag is afgewenteld op derden en dat de belastingplichtige zich dus ongerechtvaardigd heeft verrijkt. |
(1) Datum van indiening: 26.7.2021.