|
19.6.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 216/10 |
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 4 mei 2023 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof — Duitsland) — Finanzamt X / Y
(Zaak C-516/21 (1), Finanzamt X, (Blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines))
(Prejudiciële verwijzing - Fiscaliteit - Belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 135, lid 2, eerste alinea, onder c) - Uitzonderingen op de in artikel 135, lid 1, onder l), genoemde vrijstelling - Verhuur van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines in het kader van de verpachting van een agrarische bedrijfsruimte)
(2023/C 216/12)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Finanzamt X
Verwerende partij: Y
Dictum
Artikel 135, lid 2, eerste alinea, onder c), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde
moet aldus worden uitgelegd dat
het niet geldt voor de verhuur van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines wanneer deze verhuur een bijkomende prestatie vormt bij de hoofdprestatie van verpachting van een gebouw die wordt verricht in het kader van een tussen dezelfde partijen gesloten pachtovereenkomst en vrijgesteld is krachtens artikel 135, lid 1, onder l), van die richtlijn, en deze prestaties één enkele economische prestatie vormen.