|
1.8.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 294/10 |
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 9 juni 2022 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Kúria — Hongarije) — FAWKES Kft. / Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatósága
(Zaak C-187/21) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Verordening (EEG) nr. 2913/92 - Communautair douanewetboek - Artikel 30, lid 2, onder a) en b) - Douanewaarde - Bepaling van de transactiewaarde van soortgelijke goederen - Door de nationale douaneautoriteit opgezette en beheerde gegevensbank - Door de douaneautoriteiten van andere lidstaten en de diensten van de Europese Unie samengestelde en beheerde gegevensbanken - Identieke of soortgelijke goederen die “op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip” naar de Unie zijn uitgevoerd)
(2022/C 294/13)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Kúria
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: FAWKES Kft.
Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatósága
Dictum
|
1) |
Artikel 30, lid 2, onder a) en b), van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek moet aldus worden uitgelegd dat de douaneautoriteit van een lidstaat bij de vaststelling van de douanewaarde overeenkomstig deze bepaling, alleen de gegevens uit de door haar samengestelde en beheerde nationale gegevensbank hoeft te gebruiken en, wanneer die gegevens hiertoe volstaan, geen informatie van de douaneautoriteiten van andere lidstaten of van de instellingen en de diensten van de Unie hoeft te raadplegen, onverminderd de mogelijkheid om, indien die gegevens niet volstaan, die autoriteiten of instellingen en diensten te verzoeken om aanvullende gegevens voor die vaststelling. |
|
2) |
Artikel 30, lid 2, onder a) en b), van verordening nr. 2913/92 moet aldus worden uitgelegd dat de douaneautoriteit van een lidstaat, bij de vaststelling van de douanewaarde, de transactiewaarden van andere transacties van degene die goederen inklaart buiten beschouwing mag laten, ook al zijn deze waarden noch door deze douaneautoriteit noch door de douaneautoriteiten van andere lidstaten betwist, op voorwaarde dat deze douaneautoriteit, ten eerste, de transactiewaarden betreffende de invoeren in die lidstaat vooraf overeenkomstig artikel 78, leden 1 en 2, van verordening nr. 2913/92 binnen de termijn van artikel 221 ervan en volgens de procedure van artikel 181 bis van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 3254/94 van de Commissie van 19 december 1994, betwist en, ten tweede, de uitsluiting van transactiewaarden betreffende invoeren in andere lidstaten overeenkomstig artikel 6, lid 3, van verordening nr. 2913/92 motiveert aan de hand van factoren die afbreuk doen aan de aannemelijkheid ervan. |
|
3) |
Het in artikel 30, lid 2, onder a) en b), van verordening nr. 2913/92 gebruikte begrip goederen die “op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip” zijn uitgevoerd als de goederen waarvan de waarde moet worden bepaald, moet aldus worden uitgelegd dat de douaneautoriteit zich bij de vaststelling van de douanewaarde overeenkomstig deze bepaling kan beperken tot het gebruik van gegevens betreffende transactiewaarden die betrekking hebben op een periode van 90 dagen, waarvan 45 vóór en 45 na de inklaring van de goederen waarvan de waarde moet worden bepaald, voor zover de douanewaarde van die goederen overeenkomstig die bepaling kan worden vastgesteld aan de hand van de in die periode verrichte uitvoer naar de Unie van goederen die identiek of soortgelijk zijn aan de goederen waarvan de waarde moet worden bepaald. |