Beschikking van het Gerecht (Zesde kamer) van 20 mei 2021 –
LG e.a./Commissie

(Zaak T‑482/20)

„Beroep tot nietigverklaring – Bescherming van de financiële belangen van de Unie – Onderzoek door het OLAF – Briefwisselingsgeheim tussen advocaat en cliënt – Niet voor beroep vatbare handeling – Voorbereidende handeling – Niet-ontvankelijkheid”

1. 

Beroep tot nietigverklaring – Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld – Begrip – Handelingen die bindende rechtsgevolgen sorteren – Voorbereidende handelingen – Daarvan uitgesloten

(Art. 263 VWEU)

(zie punten 46‑50)

2. 

Beroep tot nietigverklaring – Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld – Begrip – Handelingen die bindende rechtsgevolgen sorteren – Handelingen die de rechtspositie van de verzoeker wijzigen – Beslissing waarbij de bescherming van de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaten en cliënten wordt geweigerd – Daaronder begrepen – Voorwaarden

(Art. 263 VWEU)

(zie punten 51, 54‑56)

3. 

Grondrechten – Recht op effectieve rechterlijke bescherming – Grenzen – Inachtneming van de voorwaarden voor de ontvankelijkheid van een beroep

(Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 47)

(zie punt 64)

Voorwerp

Verzoek krachtens artikel 263 VWEU tot nietigverklaring van het stilzwijgend besluit van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) van 26 mei 2020 waarbij het verzoek om bescherming van de vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt met betrekking tot de communicatie tussen de verzoekende partijen en hun advocaten is afgewezen

Dictum

1) 

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

2) 

LG en de andere verzoekende partijen waarvan de namen zijn opgenomen in de bijlage dragen hun eigen kosten.

3) 

De Europese Commissie draagt haar eigen kosten.