27.7.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 247/20


Beroep ingesteld op 8 mei 2020 — JS/GAR

(Zaak T-271/20)

(2020/C 247/30)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: JS (vertegenwoordigers: L. Levi en A. Champetier, advocaten)

Verwerende partij: Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR)

Conclusies

Verzoeker verzoekt het Gerecht:

het op 17 juni 2019 aan verzoeker meegedeelde besluit van 14 juni 2019 tot afwijzing van zijn verzoek om bijstand van 2 mei 2019 nietig te verklaren;

voor zover nodig, ook het besluit van 22 januari 2020 waarbij zijn klacht van 14 september 2019 is afgewezen en dat ter kennis van verzoeker is gebracht op 29 januari 2020, nietig te verklaren;

de betaling te gelasten van een financiële vergoeding voor de immateriële schade, die ex aequo et bono kan worden geraamd op 20 000 EUR;

bovendien de vergoeding van zijn gekwantificeerde en aantoonbare materiële schade te gelasten, die op 77 408 EUR wordt geraamd;

verweerder te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker drie middelen aan.

1.

Eerste middel: schending van artikel 12 bis, lid 3, van het Statuut en van artikel 2, lid 1, van het bij besluit van de plenaire vergadering van het SRB van 29 november 2017 vastgestelde beleid inzake GAR (1).

2.

Tweede middel: schending van artikel 24 van het Statuut en artikel 7, lid 3, van genoemd GAR-beleid.

3.

Derde middel: niet-nakoming van de zorgplicht.

Met betrekking tot het verzoek om schadevergoeding beroept verzoeker zich op de fout van verweerder, de schade die hij heeft geleden en het verband tussen de fout en de schade.


(1)  Beleid inzake bescherming van de waardigheid van personen en voorkoming van psychisch geweld en seksuele intimidatie.