27.7.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 247/17


Beroep ingesteld op 17 april 2020 — FJ e.a./EDEO

(Zaak T-225/20)

(2020/C 247/25)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partijen: FJ en zeven andere verzoekende partijen (vertegenwoordiger: J.-N. Louis, advocaat)

Verwerende partij: Europese Dienst voor extern optreden

Conclusies

De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:

het besluit van de Commissie tot vaststelling van hun salarisafrekening over juni 2019 nietig te verklaren, voor zover daarbij voor het eerst en met terugwerkende kracht tot 1 augustus 2018 de nieuwe correctiecoëfficiënten op hun bezoldiging wordt toegepast;

de Commissie te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter onderbouwing van hun beroep voeren de verzoekende partijen twee middelen aan.

1.

Eerste middel, ontleend aan schending van de artikelen 64 en 65 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (hierna: “Statuut”) en van het gelijkheidsbeginsel en aan een kennelijke beoordelingsfout. In dit verband wordt betoogd dat de verwerende partij nog steeds geen elementen verstrekt om niet alleen de verlaging te kunnen begrijpen van de correctiecoëfficiënt die op hun bezoldiging wordt toegepast, maar ook de toepassing met terugwerkende kracht ervan, waardoor een aanzienlijke schuld ontstaat.

2.

Tweede middel, ontleend aan schending van artikel 85 van het Statuut en van het beginsel van rechtszekerheid alsmede aan niet-nakoming van de zorgplicht. Betoogd wordt dat verzoekers de uitzonderlijke verlaging van de correctiecoëfficiënt die voor de referentieperiode met terugwerkende kracht op hun salaris werd toegepast, niet hadden kunnen voorzien. Daar niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 85 van het Statuut, kan de Commissie van hen niet de terugbetaling verlangen van meerdere maanden bezoldiging op grond dat de correctiecoëfficiënt met terugwerkende kracht is gewijzigd.