Arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 14 juli 2021 –
IN/EISMEA

(Zaak T‑119/20)

„Openbare dienst – Tijdelijke functionarissen – Overeenkomst voor bepaalde tijd – Besluit tot niet-verlenging – Beoordelingsrapport – Recht om te worden gehoord – Zorgplicht – Kennelijke beoordelingsfout – Redelijke termijn – Aansprakelijkheid – Immateriële schade”

1. 

Beroepen van ambtenaren – Beroep gericht tegen het besluit tot afwijzing van de klacht – Gevolg – Beroep tegen de bestreden handeling – Uitzondering – Besluit zonder bevestigend karakter – Inaanmerkingneming van de daarin opgenomen motivering

(Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)

(zie punten 38‑41)

2. 

Ambtenaren – Tijdelijke functionarissen – Aanwerving – Niet-verlenging van een overeenkomst voor bepaalde tijd – Begrip bezwarend besluit in het kader van de niet-verlenging van een overeenkomst – Vaststelling van het besluit zonder de betrokkene de gelegenheid te geven eerst zijn opmerkingen te maken – Schending van het recht om te worden gehoord

(Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 41, lid 2)

(zie punten 52‑57, 66, 70, 75)

3. 

Ambtenaren – Tijdelijke functionarissen – Verlenging van een overeenkomst voor bepaalde tijd – Beoordelingsbevoegdheid van de administratie – Op de administratie rustende zorgplicht – Inaanmerkingneming van de belangen van de betrokken functionaris – Rechterlijk toezicht – Grenzen – Kennelijk onjuiste beoordeling – Begrip

(Regeling andere personeelsleden, art. 8)

(zie punten 86‑89, 132, 133, 178)

4. 

Recht van de Europese Unie – Beginselen – Eerbiediging van een redelijke termijn – Niet-inachtneming in een administratieve procedure – Gevolgen

(Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 41, lid 1)

(zie punten 159, 171)

5. 

Ambtenaren – Beginselen – Bescherming van het gewettigd vertrouwen – Voorwaarden – Precieze toezeggingen van de administratie

(zie punt 173)

6. 

Ambtenaren – Beoordeling – Beoordelingsrapport – Beoordelingsbevoegdheid van de beoordelaars – Rechterlijk toezicht – Grenzen – Kennelijk onjuiste beoordeling – Begrip

(Ambtenarenstatuut, art. 43)

(zie punten 189‑191, 197)

7. 

Ambtenaren – Niet-contractuele aansprakelijkheid van de instellingen – Voorwaarden – Schade – Immateriële schade in verband met de situatie van langdurige onzekerheid van een functionaris over de verlenging van zijn overeenkomst

(Art. 340, tweede alinea, VWEU)

(zie punten 216‑218, 223, 224)

8. 

Beroepen van ambtenaren – Verzoek tot schadevergoeding verband houdende met een verzoek tot nietigverklaring – Afwijzing van het verzoek tot nietigverklaring die de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding meebrengt

(Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)

(zie punt 219)

Voorwerp

Verzoek krachtens artikel 270 VWEU tot, ten eerste, nietigverklaring van het besluit van het Uitvoerend Agentschap voor het midden- en kleinbedrijf (EISMEA) van 15 april 2019 om verzoekers overeenkomst niet te verlengen en van zijn beoordelingsrapport over 2018, zoals afgerond op 3 juni 2019, en, ten tweede, vergoeding van de schade die hij zou hebben geleden

Dictum

1) 

Het Uitvoerend Agentschap voor het midden- en kleinbedrijf (EISMEA) wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van 3000 EUR aan IN.

2) 

Het beroep wordt verworpen voor het overige.

3) 

Elke partij zal haar eigen kosten dragen.