Zaak C‑428/20
A. K.
tegen
Skarb Państwa
(verzoek om een prejudiciële beslissing,
ingediend door de Sąd Apelacyjny w Warszawie)
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 21 december 2021
„Prejudiciële verwijzing – Verplichte verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven – Tweede richtlijn 84/5/EEG – Artikel 1, lid 2 – Richtlijn 2005/14/EG – Richtlijn 2009/103/EG – Artikel 9, lid 1 – Verplichting om de door de verplichte verzekering gedekte minimumbedragen te verhogen – Overgangsperiode – Nieuwe regeling die onmiddellijk van toepassing is op de toekomstige gevolgen van een onder de oude regeling ontstane situatie – Situatie verworven vóór de inwerkingtreding van een regeling van materieel Unierecht – Nationale regelgeving die verzekeringsovereenkomsten die vóór 11 december 2009 zijn gesloten, uitsluit van de verplichting om de door de verplichte verzekering gedekte minimumbedragen te verhogen”
Handelingen van de instellingen – Richtlijnen – Toepassing ratione temporis – Onmiddellijke toepassing van de nieuwe regel op de toekomstige gevolgen van een situatie die onder vigeur van de oude regel is ontstaan – Handelingen ter omzetting van een richtlijn
(zie punten 31, 32)
Handelingen van de instellingen – Toepassing ratione temporis – Terugwerkende kracht van een materiële rechtsregel – Voorwaarden
(zie punt 33)
Harmonisatie van de wetgevingen – Verzekering wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen – Richtlijnen 84/5 en 2009/103 – Verplichting om de door de verplichte verzekering gedekte minimumbedragen te verhogen
(Richtlijn 2009/103 van het Europees Parlement en de Raad, art. 9, lid 1: richtlijn 84/5 van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14, art. 1, lid 2)
(zie punten 39, 40, 45‑47 en dictum)