19.4.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 165/19


Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 3 maart 2022 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Corte suprema di cassazione — Italië) — Presidenza del Consiglio dei Ministri e.a. / UK e.a.

(Zaak C-590/20) (1)

(Prejudiciële verwijzing - Coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van de arts - Richtlijnen 75/363/EEG en 82/76/EEG - Opleiding tot medisch specialist - Passende bezoldiging - Toepassing van richtlijn 82/76/EEG op opleidingen begonnen vóór de datum van inwerkingtreding ervan en voortgezet na het verstrijken van de omzettingstermijn)

(2022/C 165/21)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Corte suprema di cassazione

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Presidenza del Consiglio dei Ministri e.a.

Verwerende partijen: UK e.a.

Dictum

Artikel 2, lid 1, onder c) en artikel 3, leden 1 en 2, van, alsook de bijlage bij, richtlijn 75/363/EEG van de Raad van 16 juni 1975 inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van de arts, zoals gewijzigd bij richtlijn 82/76/EEG van de Raad van 26 januari 1982, moeten aldus worden uitgelegd dat voor elke fulltime- of parttimeopleiding tot medisch specialist die is begonnen vóór de inwerkingtreding van richtlijn 82/76, op 29 januari 1982, en die is voortgezet na het verstrijken van de omzettingstermijn van deze richtlijn, op 1 januari 1983, een passende bezoldiging in de zin van deze bijlage moet worden betaald voor het opleidingstijdvak vanaf 1 januari 1983 tot aan het einde van de opleiding, mits deze opleiding betrekking heeft op een medisch specialisme dat in alle of in twee of meer lidstaten bestaat en is genoemd in artikel 5 of artikel 7 van richtlijn 75/362/EEG van de Raad van 16 juni 1975 inzake de onderlinge erkenning van de diploma’s, certificaten en andere titels van de arts, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten.


(1)  Datum van indiening: 10.11.2020.