|
14.3.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 119/13 |
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 20 januari 2022 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgericht Wien — Oostenrijk) — ZK
(Zaak C-432/20) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht - Immigratiebeleid - Richtlijn 2003/109/EG - Artikel 9, lid 1, onder c) - Verlies van de status van langdurig ingezeten derdelander - Afwezigheid van het grondgebied van de Europese Unie gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden - Onderbreking van deze afwezigheid - Onregelmatige en korte verblijven op het grondgebied van de Unie)
(2022/C 119/17)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Verwaltungsgericht Wien
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: ZK
in tegenwoordigheid van: Landeshauptmann von Wien
Dictum
Artikel 9, lid 1, onder c), van richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen moet aldus worden uitgelegd dat elke fysieke aanwezigheid van een langdurig ingezetene op het grondgebied van de Europese Unie binnen een aaneengesloten periode van twaalf maanden, zelfs indien die aanwezigheid binnen deze periode in totaal slechts enkele dagen bedraagt, volstaat om te voorkomen dat deze ingezetene op grond van die bepaling zijn recht op de status van langdurig ingezetene verliest.