22.11.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 471/8


Arrest van het Hof (Tiende kamer) van 9 september 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Audiencia Nacional — Spanje) — GE Auto Service Leasing GMBH / Tribunal Económico Administrativo Central

(Zaak C-294/20) (1)

(Prejudiciële verwijzing - Harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Achtste richtlijn 79/1072/EEG - Artikelen 3, 6 en 7 - Regeling voor teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen - Weigering van teruggaaf van betaalde btw - Documenten die het recht op teruggaaf aantonen - Niet-overlegging van bewijsstukken binnen de gestelde termijnen)

(2021/C 471/10)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Audiencia Nacional

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: GE Auto Service Leasing GMBH

Verwerende partij: Tribunal Económico Administrativo Central

Dictum

1)

De bepalingen van de Achtste richtlijn 79/1072/EEG van de Raad van 6 december 1979 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen, en de Unierechtelijke beginselen, in het bijzonder het beginsel van fiscale neutraliteit, moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet eraan in de weg staan dat een verzoek om teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) wordt afgewezen wanneer de belastingplichtige niet binnen de gestelde termijn alle ten bewijze van zijn recht op teruggaaf nodige documenten en inlichtingen bij de bevoegde belastingdienst heeft ingediend, zelfs niet na daartoe door die dienst te zijn verzocht, ongeacht het feit dat deze documenten en deze inlichtingen door die belastingplichtige op eigen initiatief zijn overgelegd in het kader van het administratief beroep of het beroep in rechte tegen het besluit waarbij dat recht op teruggaaf werd geweigerd, voor zover de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid worden geëerbiedigd, hetgeen ter verificatie aan de verwijzende rechter staat.

2)

Het Unierecht moet aldus worden uitgelegd dat het feit dat een belastingplichtige die verzoekt om teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde (btw), de door de belastingdienst gevraagde documenten niet tijdens de administratieve procedure overlegt maar dit spontaan doet tijdens latere procedures, geen rechtsmisbruik oplevert.


(1)  PB C 320 van 28.9.2020.