31.1.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 51/7


Arrest van het Hof (Derde kamer) van 25 november 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof — Duitsland) — StWL Städtische Werke Lauf a.d. Pegnitz GmbH / eprimo GmbH

(Zaak C-102/20) (1)

(Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 2002/58/EG - Verwerking van persoonsgegevens en bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie - Artikel 2, tweede alinea, onder h) - Begrip “e-mail” - Artikel 13, lid 1 - Begrip “gebruik van e-mail met het oog op direct marketing” - Richtlijn 2005/29/EG - Oneerlijke handelspraktijken - Bijlage I, punt 26 - Begrip “hardnekkig en ongewenst aandringen per e-mail” - Reclameboodschappen - Inbox advertising)

(2022/C 51/08)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Bundesgerichtshof

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: StWL Städtische Werke Lauf a.d. Pegnitz GmbH

Verwerende partij: eprimo GmbH

in tegenwoordigheid van: Interactive Media CCSP GmbH

Dictum

1)

Artikel 13, lid 1, van richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie), zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009, moet aldus worden uitgelegd dat er sprake is van het “gebruik van e-mail met het oog op direct marketing” in de zin van deze bepaling wanneer in de inbox van een gebruiker van een e-maildienst reclameboodschappen worden weergegeven die qua vorm op echte e-mails lijken en op dezelfde plaats worden getoond, zonder dat het in dit verband van belang is dat willekeurig wordt vastgesteld wie deze boodschappen ontvangt en hoeveel hinder deze gebruiker ondervindt, waarbij dit gebruik alleen is toegestaan als deze gebruiker duidelijk en nauwkeurig op de hoogte is gebracht van de verspreidingswijze, met name in de lijst van binnengekomen privémails, van dergelijke reclame en hij met de ontvangst van dergelijke reclameboodschappen heeft ingestemd.

2)

Punt 26 van bijlage I bij richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad (“richtlijn oneerlijke handelspraktijken”), moet aldus worden uitgelegd dat een handeling waardoor in de inbox van de gebruiker van een e-maildienst reclameboodschappen worden weergegeven die qua vorm op echte e-mails lijken en op dezelfde plaats worden getoond, onder het begrip “hardnekkig en ongewenst aandringen” bij gebruikers van e-maildiensten in de zin van die bepaling valt indien de weergave van deze reclameboodschappen, zonder dat die gebruiker vooraf toestemming daarvoor heeft gegeven, ten eerste voldoende frequent en regelmatig plaatsvindt om als “hardnekkig aandringen” te worden aangemerkt, en ten tweede als “ongewenst aandringen” kan worden gekwalificeerd.


(1)  PB C 209 van 22.6.2020.