23.8.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 338/5


Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 8 juli 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Østre Landsret — Denemarken) — Strafzaak tegen VAS Shipping ApS

(Zaak C-71/20) (1)

(Prejudiciële verwijzing - Artikelen 49 en 54 VWEU - Vrijheid van vestiging - Nationale regeling op grond waarvan derdelanders die werken op een schip dat de vlag van een lidstaat voert, in deze lidstaat moeten beschikken over een werkvergunning - Uitzondering voor schepen die ten hoogste 25 keer per jaar een haven van de lidstaat aandoen - Beperking - Artikel 79, lid 5, VWEU - Nationale regeling die ertoe strekt te bepalen hoeveel onderdanen van derde landen, afkomstig uit derde landen, tot het grondgebied van de betrokken lidstaat worden toegelaten teneinde daar al dan niet in loondienst arbeid te verrichten)

(2021/C 338/06)

Procestaal: Deens

Verwijzende rechter

Østre Landsret

Partij in de strafzaak

VAS Shipping ApS

Dictum

Artikel 49 VWEU, gelezen in het licht van artikel 79, lid 5, VWEU, moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een regeling van een eerste lidstaat die bepaalt dat derdelanders die deel uitmaken van de bemanning van een schip dat de vlag van deze lidstaat voert en dat direct of indirect in handen is van een in een tweede lidstaat gevestigde vennootschap, in die eerste lidstaat moeten beschikken over een werkvergunning tenzij het schip in kwestie er ten hoogste 25 keer per jaar een haven heeft aangedaan.


(1)  PB C 137 van 27.4.2020.