19.7.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 289/13


Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 3 juni 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden) — Staatssecretaris van Financiën / Jumbocarry Trading GmbH

(Zaak C-39/20) (1)

(Prejudiciële verwijzing - Verordening (EU) nr. 952/2013 - Douanewetboek van de Unie - Artikel 22, lid 6, eerste alinea, juncto artikel 29 - Mededeling van gronden aan de betrokkene voordat een voor hem ongunstige beschikking wordt gegeven - Artikel 103, lid 1, en artikel 103, lid 3, onder b) - Verjaring van de douaneschuld - Termijn voor de mededeling van de douaneschuld - Opschorting van de termijn - Artikel 124, lid 1, onder a) - Tenietgaan van de douaneschuld in geval van verjaring - Toepassing in de tijd van de bepaling betreffende de oorzaken van de opschorting - Beginselen van rechtszekerheid en van bescherming van het gewettigd vertrouwen)

(2021/C 289/17)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Hoge Raad der Nederlanden

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Staatssecretaris van Financiën

Verwerende partij: Jumbocarry Trading GmbH

Dictum

Artikel 103, lid 3, onder b), en artikel 124, lid 1, onder a), van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, moeten, gelezen in het licht van de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van het gewettigd vertrouwen, aldus worden uitgelegd dat zij van toepassing zijn op een douaneschuld die vóór 1 mei 2016 is ontstaan en op die datum nog niet is verjaard.


(1)  PB C 201 van 15.6.2020.