|
10.2.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 45/93 |
Beroep ingesteld op 12 december 2019 – Correia/EESC
(Zaak T-843/19)
(2020/C 45/79)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Paula Correia (Sint-Stevens-Woluwe, België) (vertegenwoordigers: L. Levi en M. Vandenbussche, advocaten)
Verwerende partij: Europees Economisch en Sociaal Comité
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
|
— |
het onderhavige beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren; |
dientengevolge:
|
— |
het besluit van onbekende datum om haar in 2019 niet te bevorderen of te herindelen, waarvan verzoekster op 12 april 2019 kennis heeft gekregen, nietig te verklaren; |
|
— |
vergoeding van de immateriële schade te gelasten, welke ex aequo et bono op 2 000 EUR wordt geraamd; |
|
— |
de verwerende partij te verwijzen in alle kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.
|
1. |
Eerste middel, ontleend aan niet-eerbiediging van de procedurele waarborgen van artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en schending van het beginsel van non-discriminatie. Betoogd wordt dat de wijze waarop het Europees Economisch en Sociaal Comité zijn besluiten neemt om tijdelijke functionarissen van de secretariaten van de groepen en, meer bepaald, van het secretariaat van groep I te bevorderen en te herindelen, inbreuk maakt op de procedurele waarborgen van artikel 41 van het Handvest van de grondrechten. Dit geldt met name voor het besluit om verzoekster voor 2019 en andere jaren niet te bevorderen of te herindelen. Dat besluit is om te beginnen in het geheel niet gemotiveerd. Voorts wordt in geen enkele tekst, algemeen besluit of mededeling aan verzoekster dan wel, meer in het algemeen, aan tijdelijke functionarissen van de groepen of van groep I aangegeven welke criteria zijn vastgesteld en worden toegepast om te bepalen welke tijdelijke functionarissen worden bevorderd of heringedeeld. Het ontbreken van criteria, van waarborgen voor een gelijke behandeling, van informatie en motivering is des te meer in strijd met de vereisten van artikel 41 van het Handvest van de grondrechten, daar bepaalde functionarissen van de secretariaten en meer bepaald van het secretariaat van groep I zeer snel carrière hebben gemaakt en anderen, evenals verzoekster, zeer langzaam. |
|
2. |
Tweede middel, ontleend aan schending van het beginsel van rechtszekerheid. Het Europees Economisch en Sociaal Comité beschikt weliswaar over een beoordelingsbevoegdheid om de criteria en de toepassingswijzen van artikel 10 RAP vast te stellen, doch die criteria en toepassingswijzen moeten de door het Unierecht vereiste mate van voorzienbaarheid garanderen en met name het beginsel van rechtszekerheid eerbiedigen. Dit is niet het geval wanneer er geen criteria bestaan op grond waarvan tijdelijke functionarissen kunnen weten hoe en onder welke voorwaarden een bevordering of herindeling zal plaatsvinden door de sluiting van een aanhangsel bij de aanstellingsovereenkomst. |
|
3. |
Derde middel, ontleend aan een kennelijk onjuiste beoordeling. Volgens verzoekster leidt het onderzoek van haar beoordelingsrapporten sinds haar laatste bevordering in 2016 tot de conclusie dat het besluit om haar in 2019 niet te bevorderen op een kennelijk onjuiste beoordeling berust. |
|
4. |
Vierde middel, ontleend aan niet-nakoming van de zorgplicht. Betoogd wordt dat het TAOBG bij zijn besluit om bepaalde functionarissen te bevorderen of te herindelen, geen rekening heeft gehouden met verzoeksters belangen. |