|
10.2.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 45/83 |
Beroep ingesteld op 4 december 2019 – Tazzetti/Commissie
(Zaak T-825/19)
(2020/C 45/69)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Tazzetti SpA (Volpiano, Italië) (vertegenwoordigers: M. Condinanzi, E. Ferrero en C. Vivani, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
|
— |
besluit (nota) van de Europese Commissie van 27 september 2019 ARES (2019) 6014426, gericht aan verzoekster, en besluit (nota) van de Europese Commissie van 27 september 2019 ARES (2019) 6024220, gericht aan verzoekster, besluit (nota) van de Europese Commissie van 30 september 2019 ARES (2019) 6048224 gericht aan Tazzetti SA, besluit (nota) ARES (2019) 6871575 gericht aan Tazzetti SpA, alsmede latere handelingen nietig te verklaren, en, indien nodig, nadat overeenkomstig artikel 277 VWEU is vastgesteld dat uitvoeringsverordening (EU) 2019/661 van de Commissie van 25 april 2019 betreffende het waarborgen van de vlotte werking van het elektronisch quotaregister voor het op de markt brengen van fluorkoolwaterstoffen (PB 2019, L 112, blz. 11), in het bijzonder artikel 7 ervan, onrechtmatig is, te verklaren dat die verordening niet-toepasselijk is en bijgevolg de besluiten ter uitvoering van die verordening niet te verklaren. |
|
— |
verweerster te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij zeven middelen aan.
|
1. |
Eerste middel, ontleend aan schending van artikel 16, leden 1, 3 en 5, artikel 17 van verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van verordening (EG) nr. 842/2006 (PB 2014, L 150, blz. 195) en van bijlagen V en VI bij die verordening, schending van artikel 291 VWEU en van het begrip uitvoeringsmaatregel, misbruik van bevoegdheid, schending van artikel 296 VWEU en van de motiveringsplicht en schending van het evenredigheidsbeginsel. |
|
2. |
Tweede middel, ontleend aan schending van de artikelen 15 en 16 van verordening (EU) 517/2014 van 16 april 2014 bij artikel 7 van uitvoeringsverordening (EU) 2019/661 van de Commissie van 25 april 2019 betreffende het waarborgen van de vlotte werking van het elektronisch quotaregister voor het op de markt brengen van fluorkoolwaterstoffen (PB 2019, L 112, blz. 11), en bijgevolg, incidenteel, niet-toepasselijkheid van laatstgenoemde verordening.
|
|
3. |
Derde middel: schending van de fundamentele beginselen van de rechtsorde van de Europese Unie inzake eigendom en recht van economisch initiatief, artikel 6 VEU, in samenhang met de artikelen 6, 16 en 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 1 van het aanvullend protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en artikel 11 VWEU. Er wordt ook aangevoerd dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid.
|
|
4. |
Vierde middel, ontleend aan schending van het evenredigheidsbeginsel en van de motiveringsplicht ten aanzien van dat beginsel.
|
|
5. |
Vijfde middel, ontleend aan schending van de artikelen 49 e.v. en de artikelen 63 e.v. VWEU.
|
|
6. |
Zesde middel, ontleend aan schending van het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van terugwerkende kracht van regels die individuele rechten verlenen.
|
|
7. |
Zevende middel, ontleend aan schending van het gelijkheidsbeginsel.
|