|
27.1.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 27/65 |
Beroep ingesteld op 25 november 2019 – Silgan International en Silgan Closures/Commissie
(Zaak T-808/19)
(2020/C 27/65)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partijen: Silgan International Holdings BV (Amsterdam, Nederland) en Silgan Closures GmbH (München, Duitsland) (vertegenwoordigers: D. Seeliger, H. Wollmann, R. Grafunder, B. Meyring en E. Venot, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
|
— |
besluit C(2019) 8501 final van de Commissie van 20 november 2019 [AT.40522 – Metal Packaging (ex Pandora)] inzake de verplichting tot het verstrekken van inlichtingen nietig verklaren, en |
|
— |
de Commissie verwijzen in de kosten van verzoeksters. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters vijf middelen aan.
|
1. |
Eerste middel: schending van de rechten van verdediging In het kader van het eerste middel wordt aangevoerd dat het bestreden besluit wezenlijke rechten van verdediging schendt, aangezien de gestelde vragen hoofdzakelijk berusten op documenten en informatie die verzoeksters als kroongetuigen voordien aan het Duitse Bundeskartellamt (mededingingsautoriteit) hadden verstrekt in een bij deze instantie aanhangige zaak. De Commissie heeft die documenten en informatie opgevraagd in het kader van een ongeoorloofde uitwisseling van informatie met het Bundeskartellamt en een daarop gebaseerde onwettige inspectie. |
|
2. |
Tweede middel: onbevoegdheid van de Commissie wegens schending van het subsidiariteitsbeginsel In het kader van het tweede middel wordt gesteld dat de Commissie niet bevoegd is om de procedure tegen verzoeksters te voeren en het bestreden besluit vast te stellen. Gelet op het uitgebreide onderzoek van het Bundeskartellamt en rekening houdend met het feit dat de nationale zaak in staat van wijzen was, valt namelijk niet in te zien waarom het Bundeskartellamt niet geschikt was om het onderzoek in deze zaak te voltooien en waarom de Commissie zich in een betere positie bevindt om de bestreden onderzoeksmaatregelen uit te voeren. |
|
3. |
Derde middel: ontoereikende motivering Met het derde middel wordt aangevoerd dat het bestreden besluit ontoereikend gemotiveerd is, omdat de Commissie daarin geenszins aangeeft waarom zij zich in het licht van het subsidiariteitsbeginsel bevoegd acht om onderzoeken naar verzoeksters te verrichten. |
|
4. |
Vierde middel: schending van het recht op behoorlijk bestuur overeenkomstig artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie In het kader van het vierde middel wordt betoogd dat de Commissie heeft gehandeld in strijd met het beginsel van goed bestuur en met artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, daar het bestreden besluit onevenredig is, de legitieme verwachtingen van verzoeksters beschaamt en in strijd is met het beginsel van onpartijdigheid en eerlijkheid. |
|
5. |
Vijfde middel: misbruik van bevoegdheid In het kader van het vijfde middel wordt aangevoerd dat het verzoek om inlichtingen op ondoelmatige overwegingen berust, omdat de Commissie met het onderzoek en met name met het bestreden besluit, in samenwerking met het Bundeskartellamt, de bepalingen van het Duitse recht inzake de bestraffing van inbreuken op artikel 101 VWEU tracht te omzeilen. |