11.11.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 383/64


Beroep ingesteld op 9 september 2019 – Helsingin Bussiliikenne/Commissie

(Zaak T-603/19)

(2019/C 383/73)

Procestaal: Fins

Partijen

Verzoekende partij: Helsingin Bussiliikenne Oy (Helsinki, Finland) (vertegenwoordigers: O. Hyvönen en N. Rosenlund, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

het besluit van de Commissie van 28 juni 2019 betreffende steunmaatregel SA.33846 – (2015/C) (ex 2011/CP) geheel of gedeeltelijk nietig verklaren en

de Commissie verwijzen in alle kosten van de procedure die verzoekster heeft gemaakt, vermeerderd met rente.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vijf middelen aan.

1.

Eerste middel: de Commissie heeft artikel 108, lid 2, VWEU en artikel 6, lid 1, van verordening 2015/1589 geschonden en heeft tijdens het onderzoek een ernstige procedurefout gemaakt en verzoeksters rechten van verdediging geschonden.

Verzoekster had in de gelegenheid moeten worden gesteld om vóór de vaststelling van het bestreden besluit te worden gehoord en had tijdens de formele onderzoeksprocedure moeten worden uitgenodigd om haar opmerkingen te maken daar zij in het bestreden besluit wordt genoemd als steunbegunstigde en door dit besluit rechtstreeks wordt geraakt.

2.

Tweede middel: kennelijke beoordelingsfout

Door de feiten niet afdoende te onderzoeken, heeft de Commissie het besluit vastgesteld op basis van gebrekkige en onjuiste bevindingen.

De Commissie heeft op zijn minst de marktconformiteit, het doel en de economische logica van de koopprijs voor de overdracht van de activa van de onderneming onjuist beoordeeld.

3.

Derde middel: de motivering van het bestreden besluit voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 296 VWEU en de desbetreffende rechtspraak.

Dit betreft met name de motivering inzake de marktconformiteit van de koopprijs voor de activa van HelB.

4.

Vierde middel: het bestreden besluit is in strijd met de algemene beginselen van het Unierecht, met name het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.

Verzoekster mocht erop vertrouwen dat het onderzoek van de Commissie enkel betrekking zou hebben op de in het besluit tot inleiding van een formele onderzoeksprocedure genoemde handelingen en entiteiten en dat voor het geval het onderzoek zou worden uitgebreid tot de overdracht van de activa van de onderneming of tot verzoekster, de Commissie het besluit inzake de formele onderzoeksprocedure zou verruimen en verzoekster zou horen.

Ten aanzien van de oorspronkelijke steunbegunstigde is de terugbetalingsverplichting in ieder geval in strijd met het evenredigheidsbeginsel, voor zover zij verder gaat dan de koopprijs die daadwerkelijk is betaald voor de overdracht van de activa van de onderneming, en ten aanzien van verzoekster, voor zover zij verder gaat dan het verschil tussen de beweerdelijk lage koopprijs en de marktwaarde.

5.

Vijfde middel: kennelijk onjuiste toepassing van artikel 107, lid 1, VWEU in het bestreden besluit.

De in het besluit van de Commissie vermelde maatregelen behelzen geen verboden staatssteun.

Geen van de maatregelen die door de Commissie worden beschouwd als verboden staatssteun heeft betrekking op verzoekster.