Beschikking van het Hof (Kamer voor toelating van hogere voorzieningen) van 10 oktober 2019 – KID-Systeme/EUIPO
(Zaak C‑577/19 P)
„Hogere voorziening – Uniemerk – Toelating van hogere voorzieningen – Artikel 170 ter van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Verzoek dat het belang van een rechtsvraag voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het Unierecht niet aantoont – Niet-toelating van de hogere voorziening”
|
1. |
Hogere voorziening – Stelsel van voorafgaande toelating – Vraag die belangrijk is voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het Unierecht – Bewijslast (Statuut van het Hof van Justitie, art. 58 bis; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 170 ter) (zie punt 11) |
|
2. |
Gerechtelijke procedure – Stelsel van voorafgaande toelating – Verzoek om toelating van een hogere voorziening – Vormvereisten – Strekking (Statuut van het Hof van Justitie, art. 58 bis; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 170 ter) (zie punten 12‑14) |
|
3. |
Hogere voorziening – Stelsel van voorafgaande toelating – Vraag die belangrijk is voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het Unierecht – Verzoek om toelating dat het belang van de vraag niet aantoont – Niet-toelating (Statuut van het Hof van Justitie, art. 58 bis; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 170 ter) (zie punten 15‑22) |
Dictum
|
1) |
De hogere voorziening wordt niet toegelaten. |
|
2) |
KID-Systeme GmbH draagt haar eigen kosten. |