Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 28 mei 2020 – DER Touristik
(Zaak C‑153/19) ( 1 )
„Prejudiciële verwijzing – Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Luchtvervoer – Verordening (EG) nr. 261/2004 – Artikel 12 – Pakketreis – Langdurige vertraging van een vlucht – Compensatie van passagiers – Verdere compensatie – Recht van de passagier op verlaging van de reissom”
|
1. |
Prejudiciële vragen – Antwoord dat duidelijk uit de rechtspraak kan worden afgeleid – Toepassing van artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering (Art. 267 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 99) (zie punten 25, 26) |
|
2. |
Vervoer – Luchtvervoer – Verordening nr. 261/2004 – Gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan passagiers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten – Recht op compensatie bij vertraging – Begrip „verdere compensatie”– Recht op verlaging van de reissom – Daaronder begrepen – Voorwaarden – Toetsing door de nationale rechter (Verordening nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad, art. 1, leden 1, 7 en 12) (zie punten 27, 29, 32, 33, 36 en dictum) |
Dictum
Artikel 12 van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 moet aldus worden uitgelegd dat het er niet aan in de weg staat dat een passagier die reeds is gecompenseerd op grond van artikel 7 van deze verordening, een compensatie ontvangt uit hoofde van een recht op verlaging van de reissom dat hij jegens een reisorganisator heeft krachtens het recht van de betrokken lidstaat, voor zover deze compensatie wordt toegekend voor een geïndividualiseerde schade die haar oorsprong vindt in een van de situaties die worden genoemd in artikel 1, lid 1, van die verordening. Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of dit laatste het geval is.
( 1 ) PB C 182 van 27.5.2019.