Zaak C‑597/19
Mircom International Content Management & Consulting (M.I.C.M.) Limited
tegen
Telenet BVBA
(verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de ondernemingsrechtbank Antwerpen)
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 17 juni 2021
„Prejudiciële verwijzing – Intellectuele eigendom – Auteursrecht en naburige rechten – Richtlijn 2001/29/EG – Artikel 3, leden 1 en 2 – Begrip ‚beschikbaarstelling voor het publiek’ – Downloaden van een bestand met een beschermd werk via een peer-to-peernetwerk en gelijktijdige beschikbaarstelling van de onderdelen van dat bestand ter upload – Richtlijn 2004/48/EG – Artikel 3, lid 2 – Misbruik van maatregelen, procedures en rechtsmiddelen – Artikel 4 – Personen die bevoegd zijn om te verzoeken om toepassing van maatregelen, procedures en rechtsmiddelen – Artikel 8 – Recht op informatie – Artikel 13 – Begrip ‚schade’ – Verordening (EU) 2016/679 – Artikel 6, lid 1, eerste alinea, onder f) – Bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens – Rechtmatigheid van de verwerking – Richtlijn 2002/58/EG – Artikel 15, lid 1 – Wettelijke maatregelen ter beperking van de reikwijdte van rechten en plichten – Grondrechten – Artikelen 7 en 8, artikel 17, lid 2, en artikel 47, eerste alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie”
Harmonisatie van wetgevingen – Auteursrecht en naburige rechten – Richtlijn 2001/29 – Harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij – Mededeling aan het publiek – Beschikbaarstelling van een werk voor het publiek – Begrip – Automatisch uploaden, via een peer-to-peernetwerk, van onderdelen van een mediabestand met een beschermd werk – Daaronder begrepen
[Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 11 en 17, lid 2; richtlijn 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad, overwegingen 3, 4, 9, 10 en 31 en art. 3, leden 1 en 2, c)]
(zie punten 41, 46‑48, 51, 52, 56‑59, dictum 1)
Harmonisatie van wetgevingen – Eerbiediging van intellectuele-eigendomsrechten – Richtlijn 2004/48 – Maatregelen, procedures en rechtsmiddelen – Personen die bevoegd zijn om te verzoeken om toepassing daarvan
(Richtlijn 2004/48 van het Europees Parlement en de Raad, overweging 18 en art. 4)
(zie punten 62‑69)
Harmonisatie van wetgevingen – Eerbiediging van intellectuele-eigendomsrechten – Richtlijn 2004/48 – Maatregelen, procedures en rechtsmiddelen – Toekenning van schadevergoeding – Personen die over een inningsrecht beschikken
(Richtlijn 2004/48 van het Europees Parlement en de Raad, overweging 10 en art. 4 en 13)
(zie punten 72, 74‑77)
Harmonisatie van wetgevingen – Eerbiediging van intellectuele-eigendomsrechten – Richtlijn 2004/48 – Recht op informatie tijdens een gerechtelijke procedure wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht – Omvang – Verzoek om informatie ingediend in een autonome procedure die aan de schadevordering voorafgaat – Toelaatbaarheid
(Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 17, lid 2, en art. 47; richtlijn 2004/48 van het Europees Parlement en de Raad, art. 8, lid 1)
(zie punten 80‑84)
Harmonisatie van wetgevingen – Eerbiediging van intellectuele-eigendomsrechten – Richtlijn 2004/48 – Maatregelen, procedures en rechtsmiddelen – Toepassingsvoorwaarden – Handeling op commerciële schaal – Vereiste met een beperkte strekking
(Richtlijn 2004/48 van het Europees Parlement en de Raad, overweging 14 en art. 6, lid 2, 8, lid 1, 9, lid 2, en 13)
(zie punten 88‑90)
Harmonisatie van wetgevingen – Eerbiediging van intellectuele-eigendomsrechten – Richtlijn 2004/48 – Maatregelen, procedures en rechtsmiddelen – Toepassingsvoorwaarden – Gebruik dat geen misbruik uitmaakt – Verzoek om informatie – Vereisten – Gerechtvaardigd en redelijk verzoek – Toetsing door de verwijzende rechterlijke instantie
(Richtlijn 2004/48 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3 en 8)
(zie punten 94‑96, dictum 2)
Bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens – Verordening 2016/679 – Werkingssfeer – Begrip verwerking van persoonsgegevens – Registratie door een houder van intellectuele-eigendomsrechten of een derde van IP-adressen van gebruikers van een peer-to-peernetwerk ten behoeve van een schadevordering – Daaronder begrepen – Voorwaarde – Bestaan van een wettig middel waarmee de rechthebbende de gebruikers kan identificeren
(Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad, art. 4, punten 1 en 2)
(zie punten 102‑104)
Bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens – Verordening 2016/679 – Richtlijn 2002/58 – Voorwaarden waaronder de verwerking van persoonsgegevens rechtmatig is – Behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde – Systematische registratie door een houder van intellectuele-eigendomsrechten of een derde van IP-adressen van gebruikers van een peer-to-peernetwerk en mededeling van hun namen en postadressen aan die houder ten behoeve van een schadevordering – Toelaatbaarheid – Voorwaarde – Verzoek dat gerechtvaardigd en evenredig is, geen misbruik uitmaakt en waarin is voorzien door een nationale wettelijke maatregel die de reikwijdte van bepaalde rechten en plichten beperkt
[Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 8; verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad, art. 4, punten 9 en 10, art. 6, lid 1, eerste alinea, f), art. 9, lid 2, e) en f), art. 23, lid 1, j), en art. 94, lid 2; richtlijnen van het Europees Parlement en de Raad 2002/58, art. 1, lid 2, art. 5, 6 en 15, lid 1, en 2004/48, art. 8, lid 1]
(zie punten 106, 108‑118, 120‑132, dictum 3)
Samenvatting
De systematische registratie van IP-adressen van gebruikers van een peer-to-peernetwerk die mediabestanden delen en de mededeling van hun namen en postadressen aan de houder van de intellectuele-eigendomsrechten of aan een derde opdat een schadevordering kan worden ingesteld, is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Het door de houder van intellectuele-eigendomsrechten ingediende verzoek om informatie mag geen misbruik uitmaken en moet gerechtvaardigd en evenredig zijn.
De onderneming Mircom International Content Management & Consulting (M.I.C.M.) Limited (hierna: „Mircom”) heeft bij de ondernemingsrechtbank Antwerpen (België) (hierna: „verwijzende rechter”) een verzoek om informatie ingediend tegen Telenet BVBA, een internetprovider. Met dit verzoek wordt beoogd een beslissing te verkrijgen waarbij Telenet wordt gelast om aan de hand van de IP-adressen die een gespecialiseerde onderneming voor Mircom heeft verzameld, de identificatiegegevens van Telenetklanten over te leggen. De internetverbindingen van Telenetklanten zijn gebruikt om via het BitTorrentprotocol films uit de catalogus van Mircom op een peer-to-peernetwerk te delen. Telenet verzet zich tegen het verzoek van Mircom.
In deze context heeft de verwijzende rechter het Hof om te beginnen gevraagd of het delen op dit netwerk van onderdelen van een mediabestand met een beschermd werk krachtens het Unierecht een mededeling aan het publiek vormt. Voorts wenst hij te vernemen of een houder van intellectuele-eigendomsrechten, zoals Mircom, die deze rechten niet exploiteert, maar schadevergoeding vordert van vermeende inbreukmakers, gebruik kan maken van de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen waarin het Unierecht voorziet om de eerbiediging van die rechten te verzekeren, bijvoorbeeld door om informatie te verzoeken. Ten slotte heeft de verwijzende rechter het Hof verzocht duidelijkheid te verschaffen over de vraag of Mircom de IP-adressen van de klanten op rechtmatige wijze heeft verzameld en of het rechtmatig is om de door Mircom aan Telenet gevraagde gegevens te verstrekken.
In zijn arrest verklaart het Hof ten eerste voor recht dat bij het uploaden van onderdelen van een mediabestand op een peer-to-peernetwerk zoals hier aan de orde, sprake is van beschikbaarstelling voor het publiek in de zin van het Unierecht ( 1 ). Ten tweede kan een houder van intellectuele-eigendomsrechten zoals Mircom gebruikmaken van het systeem voor de bescherming van deze rechten, maar zijn informatieverzoek mag in het bijzonder geen misbruik uitmaken en moet gerechtvaardigd en redelijk zijn. ( 2 ) Ten derde is het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om de IP-adressen van gebruikers van een dergelijk netwerk systematisch te registreren en hun namen en postadressen aan deze houder of aan een derde mee te delen opdat een schadevordering kan worden ingesteld. ( 3 )
Beoordeling door het Hof
In de eerste plaats verduidelijkt het Hof – dat zich in de context van de bescherming van het auteursrecht reeds heeft uitgesproken over het begrip „mededeling aan het publiek” – dat het uploaden van eerder gedownloade onderdelen van een mediabestand met een beschermd werk via een peer-to-peernetwerk een „beschikbaarstelling van een werk aan het publiek” vormt, hoewel deze onderdelen op zichzelf niet bruikbaar zijn en het uploaden automatisch plaatsvindt wanneer de gebruiker zich heeft geabonneerd op software waarmee het delen van bestanden mogelijk wordt gemaakt (de BitTorrentclient) en ermee heeft ingestemd dat deze software zal worden toegepast, na naar behoren te zijn geïnformeerd over de kenmerken ervan.
Gepreciseerd moet worden dat elke gebruiker van dit netwerk het oorspronkelijke bestand gemakkelijk kan reconstrueren uit de onderdelen die beschikbaar zijn op de computers van andere gebruikers. Door de onderdelen van een bestand te downloaden, stelt deze gebruiker ze tegelijkertijd beschikbaar om door andere gebruikers te worden geüpload. In dit verband stelt het Hof vast dat de gebruiker niet daadwerkelijk een minimumaantal onderdelen hoeft te downloaden en dat elke handeling waarmee hij met volledige kennis van de gevolgen van zijn handelwijze toegang verleent tot beschermde werken, een beschikbaarstelling kan vormen. In het onderhavige geval is er wel degelijk sprake van een dergelijke beschikbaarstelling, aangezien de betreffende handeling betrekking heeft op een onbepaald aantal potentiële ontvangers en een vrij groot aantal personen impliceert, en zij gericht is tot een nieuw publiek. Deze uitlegging beoogt een juist evenwicht te waarborgen tussen de belangen en grondrechten van de houders van intellectuele-eigendomsrechten enerzijds en die van de gebruikers van beschermd materiaal anderzijds.
In de tweede plaats is het Hof van oordeel dat een houder van intellectuele-eigendomsrechten, zoals Mircom, die deze rechten heeft verkregen door middel van een cessie van schuldvorderingen en deze rechten niet exploiteert, maar van vermeende inbreukmakers schadevergoeding wil vorderen, in beginsel gebruik kan maken van de in het Unierecht bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen, mits zijn verzoek geen misbruik uitmaakt. Het Hof verduidelijkt dat het aan de verwijzende rechter staat om te beoordelen of er eventueel sprake is van misbruik en dat hij daartoe bijvoorbeeld kan nagaan of er daadwerkelijk rechtsvorderingen werden ingesteld nadat een minnelijke schikking was geweigerd. Wat in het bijzonder een verzoek om informatie als dat van Mircom betreft, stelt het Hof vast dat het feit dat dit in een precontentieuze fase is ingediend niet betekent dat het als niet-ontvankelijk kan worden beschouwd. Dit verzoek moet echter worden afgewezen indien het ongerechtvaardigd of onredelijk is, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan. Met deze uitlegging beoogt het Hof een hoog niveau van bescherming van de intellectuele eigendom in de interne markt te waarborgen.
In de derde plaats is het Hof van oordeel dat het Unierecht er in beginsel niet aan in de weg staat dat de IP-adressen van gebruikers van peer-to-peernetwerken wier internetverbindingen zouden zijn gebruikt voor inbreukmakende handelingen, systematisch door de houder van intellectuele-eigendomsrechten of door een derde voor diens rekening worden geregistreerd (verwerking van gegevens in een eerder stadium), en zich evenmin ertegen verzet dat de namen en de postadressen van deze gebruikers worden meegedeeld aan deze houder of derde ten behoeve van een schadevordering (verwerking van gegevens in een later stadium). De initiatieven en verzoeken ter zake moeten evenwel gerechtvaardigd en evenredig zijn, mogen geen misbruik uitmaken en moeten mogelijk worden gemaakt door een nationale wettelijke maatregel die de reikwijdte van Unierechtelijke rechten en plichten beperkt. Het Hof verduidelijkt dat het Unierecht voor een vennootschap als Telenet geen verplichting inhoudt om persoonsgegevens aan particulieren mee te delen met het oog op de civielrechtelijke vervolging van inbreuken op het auteursrecht. Het Unierecht staat de lidstaten evenwel toe een dergelijke verplichting op te leggen.
( 1 ) Artikel 3, leden 1 en 2, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB 2001, L 167, blz. 10).
( 2 ) Artikel 3, lid 2, en artikel 8 van richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB 2004, L 157, blz. 45, met rectificatie in PB 2004, L 195, blz. 16).
( 3 ) Artikel 6, lid 1, eerste alinea, onder f), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB 2016, L 119, blz. 1), gelezen in samenhang met artikel 15, lid 1, van richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB 2002, L 201, blz. 37), zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 (PB 2009, L 337, blz. 11).