Zaak C‑490/19

Syndicat interprofessionnel de défense du fromage Morbier

tegen

Société Fromagère du Livradois SAS

[verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Cour de cassation (Frankrijk)]

Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 17 december 2020

„Prejudiciële verwijzing – Landbouw – Bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen – Verordening (EG) nr. 510/2006 – Verordening (EU) nr. 1151/2012 – Artikel 13, lid 1, onder d) – Praktijk die de consument kan misleiden aangaande de werkelijke oorsprong van het product – Reproductie van de kenmerkende vorm of het kenmerkende uiterlijk van een product waarvan de benaming is beschermd – Beschermde oorsprongsbenaming (BOB) ‚Morbier’”

  1. Landbouw – Eenvormige wettelijke regelingen – Bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen – Verordeningen nrs. 510/2006 en 1151/2012 – Bescherming van geregistreerde benamingen – Omvang – Andere handelingen dan het gebruik door een derde van de geregistreerde benaming – Daaronder begrepen

    (Verordening nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad, art. 13, lid 1; verordening nr. 510/2006 van de Raad, art. 13, lid 1)

    (zie punt 31 en dictum)

  2. Landbouw – Eenvormige wettelijke regelingen – Bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen – Verordeningen nrs. 510/2006 en 1151/2012 – Bescherming van geregistreerde benamingen – Praktijk die de consument kan misleiden aangaande de werkelijke oorsprong van het product – Begrip – Reproductie van de kenmerkende vorm of het kenmerkende uiterlijk van een product dat valt onder een beschermde benaming – Daaronder begrepen – Voorwaarde – Beoordelingscriteria

    [Verordening nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad, art. 13, lid 1, d); verordening nr. 510/2006 van de Raad, art. 13, lid 1, d)]

    (zie punten 33, 36‑41 en dictum)

Samenvatting

Het Unierecht verbiedt in bepaalde omstandigheden de reproductie van de vorm of het uiterlijk van een door een BOB beschermd product

Beoordeeld moet worden of deze reproductie de consument kan misleiden, en daarbij moet rekening worden gehouden met alle relevante factoren, waaronder de wijze waarop het product aan het publiek wordt gepresenteerd en in de handel wordt gebracht, alsook de feitelijke context

„Morbier” is de naam van een kaas die wordt gemaakt in het Jura-massief (Frankrijk), en is sinds 22 september 2000 een beschermde oorsprongsbenaming (BOB). Kenmerkend voor deze kaas is een horizontale zwarte ader die dwars door de kaas loopt. Deze zwarte ader, die aanvankelijk een aslaagje was en nu bestaat uit plantaardige kool, wordt uitdrukkelijk vermeld in de productbeschrijving in het productdossier van de BOB.

Société Fromagère du Livradois SAS, die sinds 1979 Morbier fabriceert, is niet gevestigd in het geografische gebied waaraan de benaming „Morbier” is voorbehouden. Sinds het verstrijken van een overgangsperiode gebruikt zij derhalve de benaming „Montboissié du Haut Livradois” voor haar kaas.

In 2013 heeft het Syndicat interprofessionnel de défense du fromage Morbier (hierna: „Syndicat”) Société Fromagère du Livradois gedagvaard voor de tribunal de grande instance de Paris (rechter in eerste aanleg Parijs, Frankrijk). Volgens het Syndicat maakt Société Fromagère du Livradois inbreuk op de BOB en maakt zij zich schuldig aan oneerlijke mededinging en parasitaire gedragingen door een kaas te fabriceren en in de handel te brengen die er hetzelfde uitziet als de kaas met de BOB „Morbier”, met name doordat hij ook een zwarte ader bevat. De vordering van het Syndicat werd afgewezen.

Bij een in 2017 uitgesproken arrest heeft de cour d’appel de Paris (rechter in tweede aanleg Parijs, Frankrijk) deze afwijzing bevestigd. Volgens deze rechterlijke instantie strekt de BOB er niet toe het uiterlijk of de kenmerken van een product te beschermen, maar wel de benaming ervan, zodat het niet verboden is om een product volgens dezelfde technieken te fabriceren. Het Syndicat heeft daarop bij de verwijzende rechter cassatieberoep ingesteld.

In deze context verzoekt de Cour de cassation (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Frankrijk) het Hof om uitlegging van artikel 13, lid 1, van verordening nr. 510/2006 ( 1 ) en verordening nr. 1151/2012 ( 2 ), dat betrekking heeft op de bescherming van geregistreerde benamingen. Meer bepaald rijst de vraag of de reproductie van de fysieke kenmerken van een onder een BOB vallend product, zonder dat de geregistreerde benaming wordt gebruikt, een praktijk kan vormen die de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product, wat verboden is door artikel 13, lid 1, onder d), van beide verordeningen. Het Hof wordt aldus voor het eerst verzocht om uitlegging van artikel 13, lid 1, onder d), van beide verordeningen.

Beoordeling door het Hof

Het Hof oordeelt in de eerste plaats dat artikel 13, lid 1, van verordening nr. 510/2006 en verordening nr. 1151/2012 niet alleen maar verbiedt dat een derde de geregistreerde benaming gebruikt. In de tweede plaats verklaart het Hof dat artikel 13, lid 1, onder d), van deze verordeningen de reproductie verbiedt van de kenmerkende vorm of het kenmerkende uiterlijk van een onder een geregistreerde benaming vallend product, wanneer deze reproductie bij de consument de indruk kan wekken dat het betrokken product onder deze geregistreerde benaming valt. In dit verband moet worden beoordeeld of die reproductie de normaal geïnformeerde, redelijk omzichtige en oplettende Europese consument kan misleiden, rekening houdend met alle relevante factoren van het concrete geval, waaronder de wijze waarop de betrokken producten aan het publiek worden gepresenteerd en in de handel worden gebracht, alsook de feitelijke context.

Het Hof baseert deze conclusie om te beginnen op de vaststelling dat artikel 13, lid 1, van verordening nr. 510/2006 en verordening nr. 1151/2012 een gradatie van verboden handelingen bevat en niet enkel verbiedt dat de geregistreerde benaming zelf wordt gebruikt. Hoewel artikel 13, lid 1, onder d), van deze verordeningen niet specifiek aangeeft welke handelingen verboden zijn, heeft deze bepaling dus in ruime zin betrekking op alle andere handelingen dan die welke door de artikelen 13, lid 1, onder a) tot en met c), verboden zijn en die tot gevolg kunnen hebben dat de consument wordt misleid ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het betrokken product.

Wat vervolgens de vraag betreft of de reproductie van de vorm of het uiterlijk van een onder een geregistreerde benaming vallend product een dergelijke praktijk kan vormen die de consument kan misleiden, merkt het Hof op dat de door verordening nr. 510/2006 en verordening nr. 1151/2012 geboden bescherming inderdaad betrekking heeft op de geregistreerde benaming en niet op het daaronder vallend product. Die bescherming heeft dus niet tot doel het gebruik van de fabricagetechnieken of de reproductie van een of meer kenmerken uit het productdossier van een onder een dergelijke benaming vallend product te verbieden omdat zij in dat productdossier zijn opgenomen.

De BOB’s worden echter beschermd voor zover zij een product aanduiden dat bepaalde eigenschappen of kenmerken bezit. De BOB en het daaronder vallend product zijn dus nauw met elkaar verbonden. Derhalve kan niet worden uitgesloten dat de reproductie van de vorm of het uiterlijk van een onder een geregistreerde benaming vallend product, zonder dat deze benaming op het betrokken product of op de verpakking ervan voorkomt, binnen de werkingssfeer van de artikelen 13, lid 1, onder d), valt. Dit zal het geval zijn wanneer deze reproductie de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het betrokken product.

Om te bepalen of dit het geval is, moet met name worden beoordeeld of een element van het uiterlijk van het onder de geregistreerde benaming vallend product een referentiekenmerk is en of het bijzonder onderscheidend is, zodat de reproductie ervan, in combinatie met alle relevante factoren van het concrete geval, bij de consument de indruk kan wekken dat het product dat deze reproductie bevat onder deze geregistreerde benaming valt.


( 1 ) Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB 2006, L 93, blz. 12).

( 2 ) Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB 2012, L 343, blz. 1).