|
12.7.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 278/10 |
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 20 mei 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Najwyższy — Polen) — FORMAT Urządzenia i Montaże Przemysłowe / Zakład Ubezpieczeń Społecznych I Oddział w Warszawie
(Zaak C-879/19) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Sociale zekerheid - Vaststelling van de toepasselijke wetgeving - Verordening (EEG) nr. 1408/71 - Artikel 13, lid 2, onder a) - Artikel 14, lid 2 - Persoon die op het grondgebied van twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt uit te oefenen - Enige arbeidsovereenkomst - In de lidstaat van woonplaats van werknemer gevestigde werkgever - Uitsluitend in andere lidstaten verrichte werkzaamheden in loondienst - Werkzaamheden die in opeenvolgende tijdvakken in verschillende lidstaten zijn verricht - Voorwaarden)
(2021/C 278/13)
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Sąd Najwyższy
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: FORMAT Urządzenia i Montaże Przemysłowe
Verwerende partij: Zakład Ubezpieczeń Społecznych I Oddział w Warszawie
in tegenwoordigheid van: UA
Dictum
Artikel 14, lid 2, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1606/98 van de Raad van 29 juni 1998, moet aldus worden uitgelegd dat het niet van toepassing is op een persoon die in het kader van één enkele arbeidsovereenkomst die is gesloten met één enkele werkgever en die in de uitoefening van een beroepsactiviteit in meerdere lidstaten voorziet, gedurende meerdere opeenvolgende maanden uitsluitend op het grondgebied van elk van deze lidstaten werkzaamheden verricht, wanneer de duur van de ononderbroken tijdvakken van werkzaamheden van die persoon in elk van deze lidstaten meer dan twaalf maanden bedraagt, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan.