|
23.8.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 338/4 |
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 8 juli 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de tribunal de première instance de Namur — België) — C.J./Waals Gewest
(Zaak C-830/19) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Landbouw - Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) - Verordening (EU) nr. 1305/2013 - Gedelegeerde verordening (EU) nr. 807/2014 - Vestiging van jonge landbouwers - Ontwikkeling van landbouwbedrijven - Aanloopsteun ten bate van jonge landbouwers - Toegangsvoorwaarden - Gelijkwaardigheid - Vestiging als niet-enig bedrijfshoofd - Bovengrenzen - Vaststelling - Criteria - Standaardopbrengst van het landbouwbedrijf)
(2021/C 338/04)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Tribunal de première instance de Namur
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: C.J.
Verwerende partij: Waals Gewest
Dictum
De artikelen 2, 5 en 19 van verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad, gelezen in samenhang met de artikelen 2 en 5 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 807/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake bijstand voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot invoering van overgangsbepalingen, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling volgens welke het criterium voor de vaststelling van de bovengrens waaronder een jonge landbouwer die zich niet als enig bedrijfshoofd vestigt toegang tot aanloopsteun heeft, de standaardwaarde van de brutoproductie van het landbouwbedrijf in zijn geheel is en niet alleen die van het aandeel dat deze jonge landbouwer in dat bedrijf bezit.