|
13.12.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 502/5 |
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 21 oktober 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Varhoven administrativen sad — Bulgarije) — TC, UB/Komisia za zashtita ot diskriminatsia, VA
(Zaak C-824/19) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Gelijke behandeling in arbeid en beroep - Richtlijn 2000/78/EG - Verbod van discriminatie op grond van handicap - Artikel 2, lid 2, onder a) - Artikel 4, lid 1 - Artikel 5 - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikelen 21 en 26 - Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap - Taken van een jurylid in een strafrechtelijke procedure - Blinde persoon - Volledige uitsluiting van deelname aan strafzaken)
(2021/C 502/07)
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Varhoven administrativen sad
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: TC, UB
Verwerende partijen: Komisia za zashtita ot diskriminatsia, VA
in tegenwoordigheid van: Varhovna administrativna prokuratura
Dictum
Artikel 2, lid 2, onder a), en artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, gelezen in het licht van de artikelen 21 en 26 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap, dat namens de Europese Gemeenschap is goedgekeurd bij besluit 2010/48/EG van de Raad van 26 november 2009, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat een blinde persoon elke mogelijkheid wordt ontnomen om de taken van een jurylid in een strafprocedure uit te voeren.