|
15.11.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 462/8 |
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 9 september 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverwaltungsgericht — Duitsland) — Bundesrepublik Deutschland/SE
(Zaak C-768/19) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijk beleid inzake asiel en subsidiaire bescherming - Richtlijn 2011/95/EU - Artikel 2, onder j), derde streepje - Begrip “gezinslid” - Meerderjarige die om internationale bescherming verzoekt op grond van een gezinsband met een minderjarige die reeds subsidiaire bescherming heeft verkregen - Datum die relevant is voor de beoordeling of de betrokkene “minderjarig” is)
(2021/C 462/06)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesverwaltungsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Bundesrepublik Deutschland
Verwerende partij: SE
in tegenwoordigheid van: Vertreter des Bundesinteresses beim Bundesverwaltungsgericht
Dictum
|
1) |
Artikel 2, onder j), derde streepje, van richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een asielzoeker de lidstaat van ontvangst waar zijn minderjarig en ongehuwd kind zich bevindt, is binnengekomen en aldaar aan de door dit kind verkregen subsidiairebeschermingsstatus een recht op asiel wil ontlenen krachtens de in die lidstaat geldende wetgeving die een dergelijk recht toekent aan personen die onder artikel 2, onder j), derde streepje, van richtlijn 2011/95 vallen, de datum die met het oog op de beslissing over het door die asielzoeker ingediende verzoek om internationale bescherming relevant is voor de beoordeling of de persoon die internationale bescherming geniet, een “minderjarige” in de zin van die bepaling is, de datum is waarop die asielverzoeker — eventueel op informele wijze — om asiel heeft verzocht. |
|
2) |
Artikel 2, onder j), derde streepje, van richtlijn 2011/95, gelezen in samenhang met artikel 23, lid 2, ervan en artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet aldus worden uitgelegd dat het begrip “gezinslid” niet vereist dat het gezinsleven tussen de ouder van de persoon die internationale bescherming geniet en zijn kind daadwerkelijk is hervat. |
|
3) |
Artikel 2, onder j), derde streepje, van richtlijn 2011/95, gelezen in samenhang met artikel 23, lid 2, ervan, moet aldus worden uitgelegd dat de rechten die de gezinsleden van de persoon die subsidiaire bescherming geniet, ontlenen aan de door hun kind verkregen subsidiairebeschermingsstatus — met name de in de artikelen 24 tot en met 35 van die richtlijn genoemde voordelen — ook nadat deze persoon meerderjarig is geworden, blijven bestaan voor de geldigheidsduur van de verblijfstitel die hun op grond van artikel 24, lid 2, van die richtlijn is verstrekt. |