19.4.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 138/7


Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 24 februari 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — Nederland) — M, A, Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid/Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, T

(Zaak C-673/19) (1)

(Prejudiciële verwijzing - Asiel en immigratie - Richtlijn 2008/115/EG - Artikelen 3, 4, 6 en 15 - Vluchteling die illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijft - Inbewaringstelling met het oog op overbrenging naar een andere lidstaat - Vluchtelingenstatus in die andere lidstaat - Beginsel van non-refoulement - Geen terugkeerbesluit - Toepasselijkheid van richtlijn 2008/115)

(2021/C 138/08)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Raad van State

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: M, A, Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Verwerende partij: Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, T

Dictum

De artikelen 3, 4, 6 en 15 van richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven, moeten aldus worden uitgelegd dat zij er niet aan in de weg staan dat een lidstaat een illegaal op zijn grondgebied verblijvende onderdaan van een derde land in bewaring stelt met het oog op zijn gedwongen overbrenging naar een andere lidstaat waar hij de vluchtelingenstatus bezit, wanneer die onderdaan heeft geweigerd gehoor te geven aan het bevel dat hem was gegeven om naar die andere lidstaat te vertrekken en het niet mogelijk is om tegen hem een terugkeerbesluit uit te vaardigen.


(1)  PB C 423 van 16.12.2019.