|
10.5.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 182/13 |
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 17 maart 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunale di Milano — Italië) — KO / Consulmarketing SpA, in staat van faillissement
(Zaak C-652/19) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Richtlijn 1999/70/EG - Raamovereenkomst EVV, Unice en CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Clausule 4 - Non-discriminatiebeginsel - Objectieve redenen die een verschil in behandeling van werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd rechtvaardigen - Richtlijn 98/59/EG - Collectief ontslag - Nationale regeling inzake de bescherming die moet worden verleend aan een werknemer die het slachtoffer is van een onrechtmatig collectief ontslag - Toepassing van een minder gunstige beschermingsregeling op overeenkomsten voor bepaalde tijd die vóór de datum van inwerkingtreding van die regeling zijn gesloten en na deze datum in overeenkomsten voor onbepaalde tijd zijn omgezet)
(2021/C 182/17)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale di Milano
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: KO
Verwerende partij: Consulmarketing SpA, in staat van faillissement
In tegenwoordigheid van: Filcams CGIL, Confederazione Generale Italiana del Lavoro (CGIL)
Dictum
|
1) |
Een nationale regeling die in het kader van één en dezelfde procedure voor collectief ontslag voorziet in de gelijktijdige toepassing van twee verschillende regelingen ter bescherming van werknemers in vaste dienst in geval van collectief ontslag waarbij de criteria voor de bepaling van de werknemers die hierdoor zullen worden getroffen niet in acht zijn genomen, valt niet binnen het toepassingsgebied van richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag, en kan dus niet worden getoetst aan de grondrechten die door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name de artikelen 20 en 30 ervan, worden gewaarborgd. |
|
2) |
Clausule 4 van de op 18 maart 1999 gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die als bijlage is gevoegd bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de Unice en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen nationale bepalingen die een nieuwe regeling voor de bescherming van werknemers in vaste dienst in geval van onrechtmatig collectief ontslag uitbreiden tot werknemers wier vóór de inwerkingtreding van die bepalingen gesloten overeenkomst voor bepaalde tijd na die datum in een overeenkomst voor onbepaalde tijd is omgezet. |