|
30.11.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 414/7 |
Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 8 oktober 2020 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden) — Staatssecretaris van Financiën / Exter BV
(Zaak C-330/19) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Douane-unie - Verordening (EEG) nr. 2913/92 - Communautair douanewetboek - Artikel 121, lid 1 - Regeling actieve veredeling - In het vrije verkeer brengen - Ontstaan van een douaneschuld - Vaststelling van de schuld - Begrip “heffingsgrondslagen” - Toepassing van een preferentiële tariefmaatregel)
(2020/C 414/07)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Staatssecretaris van Financiën
Verwerende partij: Exter BV
Dictum
Artikel 121, lid 1, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen de toepassing van een tot een verlaagd douanerecht leidende preferentiële tariefmaatregel die gold op het tijdstip waarop de aangifte tot plaatsing van goederen onder de regeling actieve veredeling werd aanvaard, maar die was geschorst op het tijdstip waarop de aangifte tot het in het vrije verkeer brengen van die goederen werd aanvaard.