|
15.2.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 53/5 |
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 17 december 2020 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour de cassation — Frankrijk) — Adina Onofrei / Conseil de l’ordre des avocats au barreau de Paris, Bâtonnier de l’ordre des avocats au barreau de Paris, Procureur général près la cour d’appel de Paris
(Zaak C-218/19) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Vrij verkeer van personen - Vrijheid van vestiging - Toegang tot het beroep van advocaat - Vrijstelling van opleiding en van diploma - Toekenning van de vrijstelling - Voorwaarden - Nationale regeling die voorziet in vrijstelling voor ambtenaren en gewezen ambtenaren van categorie A of daarmee gelijkgestelde personen die op het nationale grondgebied bij de nationale overheidsdienst van de betrokken lidstaat of bij een internationale organisatie praktische beroepservaring hebben opgedaan met het nationale recht)
(2021/C 53/05)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour de cassation
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Adina Onofrei
Verwerende partijen: Conseil de l’ordre des avocats au barreau de Paris, Bâtonnier de l’ordre des avocats au barreau de Paris, Procureur général près la cour d’appel de Paris
Dictum
De artikelen 45 en 49 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat:
|
— |
zij zich verzetten tegen een nationale regeling die de verlening van vrijstelling van de vereisten inzake beroepsopleiding en inzake het bezit van de verklaring van bekwaamheid voor het beroep van advocaat, die, in beginsel, gelden voor de toegang tot het beroep van advocaat, voorbehoudt aan bepaalde ambtenaren van een lidstaat die in deze hoedanigheid in diezelfde lidstaat juridische activiteiten hebben uitgeoefend bij een overheidsinstantie, een openbare dienst of een internationale organisatie, en deze vrijstelling niet verleent aan ambtenaren of voormalige ambtenaren van de Europese Unie die in deze hoedanigheid juridische activiteiten hebben uitgeoefend binnen een Europese instelling, buiten het Franse grondgebied; |
|
— |
zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling die de verlening van een dergelijke vrijstelling voorbehoudt aan personen die juridische activiteiten hebben uitgeoefend op het gebied van het nationale recht, en deze vrijstelling niet verleent aan ambtenaren of voormalige ambtenaren van de Europese Unie die in deze hoedanigheid juridische activiteiten hebben uitgeoefend op een of meerdere Unierechtelijke gebieden, voor zover zij niet uitsluit dat rekening wordt gehouden met juridische activiteiten die verband houden met de praktijk van het nationale recht. |