Zaak T-260/18: Beroep ingesteld op 25 april 2018 — Makhlouf / Commissie en ECB
Beroep ingesteld op 25 april 2018 — Makhlouf / Commissie en ECB
(Zaak T-260/18)
2018/C 240/57Procestaal: FransPartijen
Verzoekende partij: Rami Makhlouf (Damascus, Syrië) (vertegenwoordiger: E. Ruchat, advocaat)
Verwerende partijen: Europese Commissie en Europese Centrale Bank
Conclusies
|
— |
het beroep van verzoeker ontvankelijk en gegrond verklaren; |
|
— |
bijgevolg de Europese Unie en meer bepaald verweersters veroordelen tot vergoeding van de gehele door verzoeker geleden schade ten bedrage van 6900000 EUR vermeerderd met rente; |
|
— |
verweersters verwijzen in alle kosten van de procedure. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker drie middelen aan.
|
1. |
Het eerste middel is eraan ontleend dat de Commissie artikel 17, lid 1, VEU en artikel 13, leden 3 en 4, van het ESM-Verdrag heeft geschonden door er niet voor te zorgen dat het memorandum van overeenstemming van 26 april 2013 verenigbaar is met het Unierecht. |
|
2. |
Het tweede middel is eraan ontleend dat de ECB zich schuldig heeft gemaakt aan misbruik van bevoegdheid en schending van artikel 17 van het Handvest van de grondrechten aangezien zij haar bevoegdheden inzake monetaire politiek heeft gebruikt om de Eurogroep en de Cypriotische regering herstructureringsvoorwaarden voor banken op te leggen. |
|
3. |
Het derde middel is ontleend aan onteigening van goederen van verzoeker zonder passende vergoeding. |