|
15.2.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 53/30 |
Arrest van het Gerecht van 16 december 2020 — VP / Cedefop
(Zaak T-187/18) (1)
(“Openbare dienst - Tijdelijk functionarissen - Verzoek om verlenging van een overeenkomst voor onbepaalde tijd - Weigering van verlenging - Kennelijk onjuiste beoordeling - Recht om te worden gehoord - Artikel 26 van het Statuut - Aansprakelijkheid - Materiële schade - Immateriële schade”)
(2021/C 53/39)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: VP (vertegenwoordiger: L. Levi, advocaat)
Verwerende partij: Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) (vertegenwoordigers: M. Brugia, gemachtigde, bijgestaan door T. Bontinck en A. Guillerme, advocaten)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 270 VWEU, ten eerste tot nietigverklaring van het besluit van het Cedefop van 12 mei 2017 om verzoeksters overeenkomst van tijdelijk functionaris voor onbepaalde tijd niet te verlengen en, voor zover nodig, van het besluit van 1 december 2017 tot afwijzing van haar klacht van 9 augustus 2017 tegen het besluit van 12 mei 2017, en ten tweede tot vergoeding van de materiële en immateriële schade die zij door die besluiten zou hebben geleden
Dictum
|
1) |
Het besluit van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) van 12 mei 2017 om de overeenkomst van tijdelijk functionaris van VP niet te verlengen wordt nietig verklaard. |
|
2) |
Het besluit van 1 december 2017 tot afwijzing van de klacht van VP wordt nietig verklaard. |
|
3) |
Het Cedefop wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van 30 000 EUR aan VP ter vergoeding van haar materiële schade. |
|
4) |
Het Cedefop wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van 10 000 EUR aan VP ter vergoeding van haar immateriële schade. |
|
5) |
Het beroep wordt verworpen voor het overige. |
|
6) |
Het Cedefop wordt verwezen in de kosten. |