Zaak C‑561/18
Solvay Chemicals GmbH
tegen
Bundesrepublik Deutschland
(verzoek om een prejudiciële beslissing,
ingediend door het Verwaltungsgericht Berlin)
Beschikking van het Hof (Eerste kamer) van 6 februari 2019
„Prejudiciële verwijzing – Milieu – Regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Europese Unie – Richtlijn 2003/87/EG – Monitoringplan – Verordening (EU) nr. 601/2012 – Artikel 49, lid 1, tweede alinea – Punt 20 van bijlage IV – Berekening van de emissies van de installatie – Aftrek van overgebracht CO2 – Uitsluiting van CO2 dat wordt gebruikt voor de productie van precipitatie van calciumcarbonaat – Beoordeling van de geldigheid van de uitsluiting”
Prejudiciële vragen – Antwoord dat duidelijk uit de rechtspraak kan worden afgeleid – Toepassing van artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering
(Art. 267 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 99)
(zie punt 22)
Milieu – Luchtverontreiniging – Richtlijn 2003/87 – Regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten – Verordening nr. 601/2012 – Monitoring en rapportage van deze emissies – Begrip emissie – Opname onder dit begrip van het koolstofdioxide dat van een aan de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten onderworpen installatie naar een andere installatie is overgebracht voor de voor de productie van precipitatie van calciumcarbonaat – Ontoelaatbaarheid – Ongeldigheid van de verordening ten aanzien van de richtlijn
[Verordening nr. 601/2012 van de Commissie, art. 49, lid 1, tweede alinea, en bijlage IV, punt 20, B; richtlijn 2003/87 van het Europees Parlement en de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/29, art. 3, b), art. 12, lid 3 bis, en art. 14, lid 1]
(zie punten 25‑35, dictum)