|
4.2.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 44/6 |
Beroep ingesteld op 7 februari 2018 — Franse Republiek / Europees Parlement
(Zaak C-92/18)
(2019/C 44/08)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Franse Republiek (vertegenwoordigers: F. Alabrune, D. Colas, E. de Moustier, B. Fodda, gemachtigden)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
|
— |
nietig verklaren de agenda van de plenaire vergadering van het Europees Parlement van woensdag 29 november 2017 (document P8_OJ (2017)11-29), voor zover de debatten over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2018 daarop vermeld staan, de agenda van de vergadering van donderdag 30 november 2017 (document P8_OJ (2017)11-30), voor zover een stemming gevolgd door stemverklaringen over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting daarop vermeld staat, de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 30 november 2017 over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting (document P8_TA(2017)0458, P8_TA-PROV(2017)0458 in zijn voorlopige versie), evenals de handeling waarbij de voorzitter van het Europees Parlement, overeenkomstig de procedure van artikel 314, lid 9, VWEU, heeft geconstateerd dat de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2018 definitief was vastgesteld; |
|
— |
de gevolgen handhaven van de handeling van de voorzitter van het Europees Parlement waarbij hij heeft geconstateerd dat de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2018 definitief was vastgesteld, totdat die begroting definitief zal worden vastgesteld door een met de Verdragen strokende handeling, binnen een redelijke termijn vanaf de datum van uitspraak van het arrest; |
|
— |
het Europees Parlement verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Met haar beroep vordert de Franse regering nietigverklaring van vier handelingen die het Europees Parlement in het kader van de uitoefening van zijn begrotingsbevoegdheden heeft vastgesteld tijdens de aanvullende plenaire vergadering op 29 en 30 november 2017 te Brussel.
Bij de eerste en de tweede handeling waarvan de Franse regering nietigverklaring vordert, gaat het om de agenda’s van de vergaderingen van woensdag 29 en donderdag 30 november 2017, voor zover daarop respectievelijk vermeld staan de debatten in plenaire vergadering over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting voor het begrotingsjaar 2018 en een stemming gevolgd door stemverklaringen over dat gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting.
De derde bestreden handeling is de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 30 november 2017 over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting.
Tot slot vordert de Franse regering nietigverklaring van de handeling waarbij de voorzitter van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 314, lid 9, VWEU, heeft geconstateerd dat de algemene begroting voor het begrotingsjaar 2018 definitief was vastgesteld. Zoals onder meer blijkt uit de notulen van de vergadering van het Europees Parlement van 30 november 2017, betreft het hier de verklaring van de voorzitter van het Europees Parlement en vervolgens de ondertekening door deze laatste van de algemene begroting, in aansluiting op de stemming over de wetgevingsresolutie over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting.
Met haar enige middel geeft de Franse regering te kennen dat de vier bestreden handelingen nietig moeten worden verklaard wegens strijd met protocol nr. 6 gehecht aan het VEU en het VWEU en met protocol nr. 3 gehecht aan het EGA-Verdrag, betreffende de plaats van de zetels van de instellingen, van bepaalde instanties, organen, organisaties en diensten van de Europese Unie.
Zowel volgens de protocollen betreffende de plaats van de zetels van de instellingen als volgens de rechtspraak van het Hof kan het Europees Parlement de begrotingsbevoegdheden die artikel 314 VWEU hem verleent namelijk niet uitoefenen tijdens de aanvullende plenaire vergaderingen die plaatsvinden te Brussel, maar dient het deze uit te oefenen tijdens de periodes van de gewone plenaire vergaderingen die te Straatsburg worden gehouden.
Voor zover de rechtmatigheid van de bestreden handeling van de voorzitter van het Europees Parlement echter niet wordt bestreden op grond van de strekking of de inhoud van de handeling, maar uitsluitend op grond dat de handeling tot stand had moeten komen tijdens een periode van gewone plenaire vergaderingen te Straatsburg, rechtvaardigen volgens de Franse regering de noodzaak om de continuïteit van de Europese openbare dienst te waarborgen, en zwaarwegende redenen van rechtszekerheid dat de rechtsgevolgen van de handeling gehandhaafd blijven tot de totstandkoming van een nieuwe handeling die strookt met de Verdragen.