1.2.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 35/3


Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 26 november 2020 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Högsta förvaltningsdomstol — Zweden) — Skatteverket / Sögård Fastigheter AB

(Zaak C-787/18) (1)

(Prejudiciële verwijzing - Nationale wettelijke regeling die voorziet in de herziening van de aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) door een andere belastingplichtige dan die welke oorspronkelijk de aftrek heeft toegepast - Verkoop, door een vennootschap aan particulieren, van een onroerend goed dat is verhuurd door die vennootschap en door de vennootschap die voordien eigenaar van dat goed was - Einde van de btw-plichtigheid bij de verkoop van het onroerend goed aan particulieren)

(2021/C 35/03)

Procestaal: Zweeds

Verwijzende rechter

Högsta förvaltningsdomstolen

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Skatteverket

Verwerende partij: Sögård Fastigheter AB

Dictum

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moet aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die op de grondslag van artikel 188, lid 2, van die richtlijn bepaalt dat de overdrager van een onroerend goed niet gehouden is om over te gaan tot herziening van een aftrek van voorbelasting wanneer de verkrijger dit goed slechts zal gebruiken voor handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat, maar die tevens de verkrijger de verplichting oplegt om die aftrek voor de resterende duur van de herzieningsperiode te herzien wanneer hij het onroerend goed op zijn beurt overdraagt aan een derde die het niet voor dergelijke handelingen zal gebruiken.


(1)  PB C 72 van 25.2.2019.