|
17.2.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 54/3 |
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 12 december 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Najvyšší súd Slovenskej republiky - Slowakije) – Slovenské elektrárne a.s./Úrad pre vybrané hospodárske subjekty, voorheen Daňový úrad pre vybrané daňové subjekty
(Zaak C-376/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Ontvankelijkheid - Gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit - Richtlijn 2009/72/EG - Werkingssfeer - Artikel 3 - Doelstellingen - Non-discriminatiebeginsel - Speciale heffing op de inkomsten van entiteiten die een vergunning hebben om een activiteit uit te oefenen in gereguleerde sectoren - Elektriciteitssector)
(2020/C 54/03)
Procestaal: Slowaaks
Verwijzende rechter
Najvyšší súd Slovenskej republiky
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Slovenské elektrárne a.s.
Verwerende partij: Úrad pre vybrané hospodárske subjekty, voorheen Daňový úrad pre vybrané daňové subjekty
Dictum
Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG, en in het bijzonder artikel 3, leden 1 tot en met 3 en 10, ervan, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale regeling die een speciale heffing instelt op inkomsten – uit zowel binnenlandse als buitenlandse activiteiten – van ondernemingen die op grond van een door een overheidsinstantie verleende vergunning in verschillende gereguleerde sectoren actief zijn, waaronder ondernemingen die houder zijn van een door de bevoegde nationale regelgevende autoriteit verleende vergunning voor levering van elektrische energie.