13.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 502/2


Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 14 oktober 2021 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Supremo — Spanje) — José Cánovas Pardo SL / Club de Variedades Vegetales Protegidas

(Zaak C-186/18) (1)

(Prejudiciële verwijzing - Communautair kwekersrecht - Verordening (EG) nr. 2100/94 - Artikel 96 - Berekening van de verjaringstermijn van de vorderingen waarin de artikelen 94 en 95 voorzien - Tijdstip waarop die termijn aanvangt - Tijdstip van verlening van het communautaire kwekersrecht en tijdstip waarop kennis is gekregen van de handeling en van de identiteit van de overtreder - Tijdstip waarop de betrokken gedraging is beëindigd - Opeenvolgende handelingen - Voortdurende handelingen - Beperking tot handelingen die meer dan drie jaar geleden zijn verricht)

(2021/C 502/02)

Procestaal: Spaans

Verwijzende rechter

Tribunal Supremo

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: José Cánovas Pardo SL

Verwerende partij: Club de Variedades Vegetales Protegidas

Dictum

1)

Artikel 96 van verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht moet aldus worden uitgelegd dat de verjaringstermijn van drie jaar die in deze bepaling is vastgesteld voor de vorderingen waarin de artikelen 94 en 95 van deze verordening voorzien, ingaat op het tijdstip waarop enerzijds het communautaire kwekersrecht definitief is verleend en anderzijds de houder van het recht op communautaire bescherming kennis heeft gekregen van de handeling en van de identiteit van de overtreder, ongeacht de omstandigheid dat de inbreukmakende handeling betreffende een beschermd ras voortduurt en ongeacht het tijdstip waarop die handeling wordt beëindigd.

2)

Artikel 96 van verordening nr. 2100/94 moet aldus worden uitgelegd dat enkel die in de artikelen 94 en 95 van deze verordening bedoelde vorderingen verjaard zijn welke betrekking hebben op een geheel van inbreukmakende handelingen betreffende een beschermd ras en zijn ingesteld meer dan drie jaar nadat enerzijds het communautaire kwekersrecht uiteindelijk is verleend en anderzijds de houder kennis heeft gekregen van het bestaan van elke afzonderlijke handeling die deel uitmaakt van dit geheel van handelingen, alsook van de identiteit van de overtreder.


(1)  PB C 211 van 18.6.2018.