|
9.12.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 413/8 |
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 2 oktober 2019 – Crédit mutuel Arkéa (C-152/18 P) Crédit mutuel Arkéa (C-153/18 P)/Europese Centrale Bank, Europese Commissie
(Gevoegde zaken C-152/18 P en C-153/18 P) (1)
(Hogere voorziening - Economisch en monetair beleid - Artikel 127, lid 6, VWEU - Verordening (EU) nr. 1024/2013 - Artikel 4, lid 1, onder g) - Prudentieel toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen - Verordening (EU) nr. 468/2014 - Artikel 2, punt 21, onder c) - Verordening (EU) nr. 575/2013 - Artikel 10 - Onder toezicht staande groep - Instellingen die blijvend zijn aangesloten bij een centraal orgaan)
(2019/C 413/09)
Procestaal: Frans
Partijen
(Zaak C-152/18 P)
Rekwirante: Crédit mutuel Arkéa (vertegenwoordiger: H. Savoie, avocat)
Andere partijen in de procedure: Europese Centrale Bank (ECB) (vertegenwoordigers: K. Lackhoff, R. Bax en C. Olivier, gemachtigden, bijgestaan door P. Honoré, avocat), Europese Commissie (vertegenwoordigers: V. Di Bucci, K.-P. Wojcik en A. Steiblytė, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van de andere partijen: Confédération nationale du Crédit mutuel (vertegenwoordigers: M. Grégoire en C. De Jonghe, avocats)
(Zaak C-153/19 P)
Rekwirante: Crédit mutuel Arkéa (vertegenwoordiger: H. Savoie, avocat)
Andere partijen in de procedure: Europese Centrale Bank (vertegenwoordigers: K. Lackhoff, R. Bax en C. Olivier, gemachtigden, bijgestaan door P. Honoré, avocat), Europese Commissie (vertegenwoordigers: V. Di Bucci, K.-P. Wojcik en A. Steiblytė, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van de andere partijen: Confédération nationale du Crédit mutuel (vertegenwoordigers: M. Grégoire en C. De Jonghe, avocats)
Dictum
|
1. |
De hogere voorzieningen worden afgewezen. |
|
2. |
Crédit mutuel Arkéa wordt verwezen in de kosten. |