|
24.8.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 279/2 |
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 25 juni 2020 — Franse Republiek/Europees Parlement
(Zaak C-92/18) (1)
(Beroep tot nietigverklaring - Institutioneel recht - Protocol betreffende de plaats van de zetels van de instellingen, van bepaalde instanties, organen, organisaties en diensten van de Europese Unie - Europees Parlement - Begrip “begrotingszitting” die wordt gehouden te Straatsburg (Frankrijk) - Artikel 314 VWEU - Uitoefening van de begrotingsbevoegdheid tijdens een extra plenaire zitting in Brussel (België))
(2020/C 279/02)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Franse Republiek (vertegenwoordigers: aanvankelijk E. de Moustier, A.-L. Desjonquères, J.-L. Carré, F. Alabrune, D. Colas en B. Fodda, vervolgens E. de Moustier, A.-L. Desjonquères, A. Daly en J.-L. Carré, gemachtigden)
Verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: R. Crowe, U. Rösslein en S. Lucente, gemachtigden)
Interveniënt aan de zijde van verzoekende partij: Groothertogdom Luxemburg (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. Holderer, C. Schiltz en T. Uri, vervolgens C. Schiltz en T. Uri, gemachtigden)
Dictum
|
1) |
Het beroep wordt verworpen. |
|
2) |
De Franse Republiek wordt verwezen in haar eigen kosten alsmede in die van het Europees Parlement. |
|
3) |
Het Groothertogdom Luxemburg draagt zijn eigen kosten. |