6.11.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 374/45


Beroep ingesteld op 7 september 2017 — Bonnafous/EACEA

(Zaak T-614/17)

(2017/C 374/68)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Laurence Bonnafous (Brussel, België) (vertegenwoordigers: S. Rodrigues en A. Blot, advocaten)

Verwerende partij: Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur

Conclusies

het onderhavige beroep ontvankelijk en gegrond verklaren;

dientengevolge:

nietig verklaren het besluit van 14 november 2016 om de verzoekende partij te ontslaan;

nietig verklaren het besluit van het TAOBG van 2 juni 2017 tot afwijzing van de klacht van de verzoekende partij;

de verzoekende partij een vergoeding van 15 000 EUR toekennen voor de door haar geleden immateriële schade;

de verwerende partij verwijzen in alle kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.

1.

Eerste middel, ontleend aan schending van artikel 84 RAP, procedurele onregelmatigheden van het verwerende Agentschap, schending van het beginsel van behoorlijk bestuur, niet-nakoming van de zorgplicht alsmede schending van de rechten van verweer van de verzoekende partij en met name van haar recht om te worden gehoord.

2.

Tweede middel, ontleend aan het ontbreken van normale voorwaarden voor de proeftijd, schending van het beginsel van behoorlijk bestuur en niet-nakoming van de zorgplicht.

3.

Derde middel, ontleend aan het ontbreken van duidelijk gedefinieerde doelstellingen alsmede aan niet-eerbiediging van het beginsel van overeenstemming tussen de functiegroep IV en de aan de verzoekende partij toegewezen taken.

4.

Vierde middel, ontleend aan het feit dat het rapport over de proeftijd op kennelijk onjuiste gronden berust.

5.

Vijfde middel, ontleend aan niet-nakoming van de zorgplicht, schending van het beginsel van behoorlijk bestuur en misbruik van bevoegdheid.