3.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 213/35


Beroep ingesteld op 3 mei 2017 — Arbuzov/Raad

(Zaak T-258/17)

(2017/C 213/47)

Procestaal: Tsjechisch

Partijen

Verzoekende partij: Sergej Arbuzov (Kiev, Oekraïne) (vertegenwoordiger: M. Mleziva, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

besluit (GBVB) 2017/381 van de Raad van 3 maart 2017 tot wijziging van besluit 2014/119/GBVB van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne, nietig verklaren, voor zover het Sergej Arbuzov betreft;

de Raad van de Europese Unie verwijzen in zijn eigen kosten en in die van Sergej Arbuzov;

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker twee middelen aan.

1.

Eerste middel: schending van het beginsel van behoorlijk bestuur

Verzoeker voert met name aan dat de Raad van de Europese Unie bij de vaststelling van besluit (GBVB) 2017/381 van 3 maart 2017 niet de nodige zorgvuldigheid aan de dag heeft gelegd, aangezien hij, alvorens het bestreden besluit vast te stellen, niet heeft geantwoord op verzoekers argumenten en op de bewijzen die deze ter ondersteuning van zijn standpunt had aangedragen, en zich voornamelijk heeft gebaseerd op een summiere samenvatting van de procureur-generaal van Oekraïne zonder te verzoeken om bijkomende informatie over de voortgang van het onderzoek in Oekraïne.

2.

Tweede middel: schending van verzoekers recht op eigendom

In dit verband voert verzoeker aan dat de jegens hem vastgestelde beperkingen onevenredig en niet noodzakelijk zijn en indruisen tegen de internationale waarborgen inzake de bescherming van zijn recht op eigendom.