Zaak T‑258/17

Sergej Arbuzov

tegen

Raad van de Europese Unie

„Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – Beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Oekraïne – Bevriezing van tegoeden – Lijst van personen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen zijn bevroren – Handhaving van verzoekers naam op die lijst – Motiveringsplicht – Kennelijk onjuiste beoordeling”

Samenvatting – Arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 6 juni 2018

  1. Handelingen van de instellingen – Motivering – Verplichting – Omvang – Beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Oekraïne – Bevriezing van tegoeden van personen die betrokken zijn bij het verduisteren van overheidsmiddelen – Besluit genomen in een voor de belanghebbende bekende context zodat deze de draagwijdte van de hem betreffende maatregel kan begrijpen – Toelaatbaarheid van een beknopte motivering – Grenzen – Motivering die niet mag bestaan in een algemene en stereotiepe formulering

    [Art. 296, tweede alinea, VWEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 41, lid 2, c); besluit (GBVB) 2017/381 van de Raad]

  2. Europese Unie – Rechterlijk toezicht op de rechtmatigheid van de handelingen van de instellingen – Beperkende maatregelen gelet op de situatie in Oekraïne – Omvang van het toezicht – Bewijs van de gegrondheid van de maatregel – Verplichting voor de bevoegde autoriteit van de Unie om in geval van betwisting de gegrondheid van de tegen de betrokken personen of entiteiten aangevoerde redenen aan te tonen

    [Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 41 en 47; besluit (GBVB) 2017/381 van de Raad]

  3. Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – Beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Oekraïne – Bevriezing van tegoeden van personen die betrokken zijn bij het verduisteren van overheidsmiddelen – Aard van deze maatregelen – Zuiver bewarende maatregelen – Ontbreken van strafrechtelijk karakter

    [Art. 21, lid 2, b), VEU en 29 VEU; besluiten van de Raad 2014/119/GBVB, eerste en tweede overweging, en (GBVB) 2017/381]

  4. Europese Unie – Rechterlijk toezicht op de rechtmatigheid van de handelingen van de instellingen – Beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Oekraïne – Bevriezing van tegoeden van personen die betrokken zijn bij het verduisteren van overheidsmiddelen – Omvang van het toezicht – Bewijs van de gegrondheid van de maatregel – Verplichting voor de Raad om de door de autoriteiten van een derde land overgelegde bewijselementen systematisch te controleren – Geen – Verplichting voor de Raad om bijkomend te controleren ingeval de door de autoriteiten van een land overgelegde bewijselementen ontoereikend of onsamenhangend zijn

    [Art. 6, lid 1, eerste alinea, VEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 51, lid 1; besluit (GBVB) 2017/381 van de Raad]

  1.  Zie de tekst van de beslissing.

    (zie punten 46‑48)

  2.  Zie de tekst van de beslissing.

    (zie punten 60‑62)

  3.  Zie de tekst van de beslissing.

    (zie punten 63‑66)

  4.  Zie de tekst van de beslissing.

    (zie punten 67‑72, 102‑105)