Zaak T‑12/17
Mellifera eV, Vereinigung für wesensgemäße Bienenhaltung
tegen
Europese Commissie
„Consumentenbescherming – Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1056 – Uitvoeringsverordening tot verlenging van de goedkeuringsperiode van de werkzame stof glyfosaat – Verordening (EG) nr. 1367/2006 – Verzoek tot interne herziening – Artikel 2, lid 1, onder g), en artikel 10, lid 1, van verordening nr. 1367/2006 – Maatregel van individuele strekking – Verdrag van Aarhus”
Samenvatting – Arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 27 september 2018
Beroep tot nietigverklaring – Natuurlijke personen of rechtspersonen – Procesbelang – Beroep gericht tegen een besluit tot weigering van interne herziening van een van een onder het milieurecht vallende administratieve handeling – Beroep om te voorkomen dat een onwettigheid die aan een handeling van een instelling of orgaan van de Unie kleeft, zich in de toekomst opnieuw voordoet – Voortbestaan van het procesbelang – Ontvankelijkheid
[Art. 266, eerste alinea, VWEU; verordening nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad, art. 2, lid 1, g), en 10, lid 1]
Beroep tot nietigverklaring – Bevoegdheid van de Unierechter – Vorderingen strekkende tot een bevel aan een instelling – Niet-ontvankelijkheid – Instellen van een vordering bij het Hof krachtens verordening nr. 1367/2006 – Geen invloed
(Art. 266 VWEU; verordening nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad, art. 12)
Handelingen van de instellingen – Uitvoeringsverordening tot verlenging van de goedkeuringsperiode van de werkzame stof glyfosaat – Handeling van algemene strekking – Geen administratieve handeling die voorwerp kan zijn van een verzoek tot interne herziening krachtens verordening nr. 1367/2006
[Verordeningen van het Europees Parlement en de Raad nr. 1367/2006, art. 2, lid 1, g), en 10, en nr. 1107/2009, art. 13, lid 2, 17, lid 1, en 20; verordening 2016/1056 van de Commissie]
Internationale overeenkomsten – Overeenkomsten van de Unie – Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Verdrag van Aarhus) – Gevolgen – Voorrang boven handelingen van afgeleid Unierecht – Toetsing van de wettigheid van een handeling van afgeleid Unierecht aan de bepalingen van dit verdrag – Voorwaarden
(Verdrag van Aarhus, art. 9, lid 3)
Internationale overeenkomsten – Overeenkomsten van de Unie – Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Verdrag van Aarhus) – Gevolgen – Voorrang boven handelingen van afgeleid Unierecht – Uitlegging van het afgeleide recht tegen de achtergrond van de door de Unie gesloten internationale overeenkomsten – Verplichting tot conforme uitlegging – Grenzen
[Verordeningen van het Europees Parlement en de Raad nr. 1107/2009, art. 17, en nr. 1367/2006, art. 2, lid 1, g) en 10, lid 1]
Een verzoekende partij behoudt een belang bij de nietigverklaring van een handeling van een instelling van de Europese Unie teneinde te voorkomen dat de onwettigheid die aan die handeling zou kleven, zich in de toekomst weer voordoet. Dit procesbelang kan evenwel slechts bestaan wanneer de gestelde onwettigheid zich in de toekomst kan herhalen, los van de omstandigheden van de zaak die hebben geleid tot het door de verzoekende partij ingestelde beroep. Met betrekking tot een tegen een besluit tot weigering van interne herziening van een onder het milieurecht vallende administratieve handeling ingesteld beroep is dit het geval wanneer de gestelde onwettigheid is gebaseerd op een uitlegging van artikel 10, lid 1, van verordening nr. 1367/2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen, gelezen in samenhang met artikel 2, lid 1, onder g), van deze verordening, die de Commissie bij een nieuw verzoek tot interne herziening van een onder het milieurecht vallende administratieve handeling zeer waarschijnlijk zal herhalen.
(zie punten 28, 29)
De Unierechter is in het kader van een beroep tot nietigverklaring enkel bevoegd de rechtmatigheid van de bestreden handeling te toetsen en het Gerecht kan bij de uitoefening van zijn bevoegdheden geen bevelen tot de instellingen van de Unie richten. Dit geldt ook in geval van een beroep tegen een besluit tot weigering van interne herziening van een onder het milieurecht vallende administratieve handeling. Door aan een verzoeker het recht te verlenen om een procedure te beginnen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie richt artikel 12 van verordening nr. 1367/2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen, zich immers slechts op het besluit dat de Commissie heeft vastgesteld als antwoord op het verzoek tot interne herziening. Hoewel het inherent is aan een verzoek tot interne herziening van een administratieve handeling dat degene die daarom verzoekt de wettigheid of de gegrondheid van de bedoelde rechtshandeling betwist, betekent dit niet dat de verzoekende partij het recht heeft om in het kader van zijn beroep tot nietigverklaring tegen de weigering tot herziening argumenten aan te voeren die rechtstreeks de wettigheid of de gegrondheid van de bedoelde rechtshandeling betwisten.
(zie punten 33, 35)
Een uitvoeringsverordening die de goedkeuring van een werkzame stof verlengt op grondslag van artikel 17 van verordening nr. 1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, zoals uitvoeringsverordening 2016/1056 tot wijziging van uitvoeringsverordening nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de goedkeuringsperiode van de werkzame stof glyfosaat, moet worden beschouwd als een maatregel van algemene strekking en is dus geen administratieve handeling in de zin van artikel 2, lid 1, onder g), of artikel 10, lid 1, van verordening nr. 1367/2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen.
Het doel en de inhoud van de in artikel 17, eerste alinea, van verordening nr. 1107/2009 voorziene maatregel blijven niet beperkt tot het verlenen van bescherming aan de aanvrager van de verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof tegen het gevaar dat de betrokken verlengingsprocedure wordt vertraagd om redenen buiten de wil van de genoemde aanvrager. Een uitvoeringsverordening die is vastgesteld op grondslag van artikel 17, eerste alinea, van verordening nr. 1107/2009 verlengt immers de goedkeuring van de betrokken werkzame stof voor een bepaalde duur. Die maatregel heeft dus dezelfde gevolgen als een uitvoeringsverordening die de initiële goedkeuring verleent voor een dergelijke stof uit hoofde van artikel 13, lid 2, van die verordening of als een verordening tot verlenging van de goedkeuring uit hoofde van artikel 20 van die verordening.
(zie punten 57, 58, 65)
Zie de tekst van de beslissing.
(zie punt 85)
Zie de tekst van de beslissing.
(zie punt 87)