|
11.1.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 9/13 |
Arrest van het Gerecht van 18 november 2020 — Lietuvos geležinkeliai / Commissie
(Zaak T-814/17) (1)
(“Mededinging - Misbruik van een machtspositie - Markt voor goederenvervoer over het spoor - Besluit waarbij een inbreuk op artikel 102 VWEU wordt vastgesteld - Toegang voor derde ondernemingen tot de infrastructuur die wordt beheerd door de nationale spoorwegmaatschappij van Litouwen - Ontmanteling van een spoorwegtracé - Begrip “misbruik” - Daadwerkelijke of waarschijnlijke uitsluiting van een concurrent - Berekening van de geldboete - Richtsnoeren voor de berekening van de geldboeten van 2006 - Corrigerende maatregelen - Evenredigheid - Volledige rechtsmacht”)
(2021/C 9/18)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Lietuvos geležinkeliai AB (Vilnius, Litouwen) (vertegenwoordigers: W. Deselaers, K. Apel en P. Kirst, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: A. Cleenewerck de Crayencour, A. Dawes, H. Leupold en G. Meessen, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van verwerende partij: Orlen Lietuva AB (Mažeikiai, Litouwen) (vertegenwoordigers: C. Thomas en C. Conte, advocaten)
Voorwerp
Verzoek op grond van artikel 263 VWEU tot, primair, nietigverklaring van besluit C(2017) 6544 final van de Commissie van 2 oktober 2017 inzake een procedure op grond van artikel 102 VWEU (zaak AT.39813 — Baltic Rail) en, subsidiair, verlaging van de geldboete die aan verzoekster is opgelegd
Dictum
|
1) |
Het bedrag van de geldboete die aan Lietuvos geležinkeliai AB wordt opgelegd bij artikel 2 van besluit C(2017) 6544 final van de Europese Commissie van 2 oktober 2017 inzake een procedure op grond van artikel 102 VWEU (zaak AT.39813 — Baltic Rail) wordt vastgesteld op 20 068 650 EUR. |
|
2) |
Het beroep wordt verworpen voor het overige. |
|
3) |
Lietuvos geležinkeliai en de Commissie dragen hun eigen kosten. |
|
4) |
Orlen Lietuva AB draagt haar eigen kosten. |