|
2.9.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 295/22 |
Arrest van het Gerecht van 4 juli 2019 — Italië/Commissie
(Zaak T-598/17) (1)
(„ELGF en ELFPO - Van financiering uitgesloten uitgaven - Door Italië verrichte uitgaven - Vertragingen en nalatigheden van de organen van de lidstaat - Financiële gevolgen van het achterwege blijven van terugvordering ten laste van de lidstaat - Financiële correcties - Artikelen 31 en 32 van verordening (EG) nr. 1290/2005 — Artikel 12 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 907/2014 - Redelijke termijn”)
(2019/C 295/28)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Italiaanse Republiek (vertegenwoordigers: G. Palmieri, gemachtigde, aanvankelijk bijgestaan door P. Pucciariello, vervolgens door F. Varrone, avvocati dello Stato)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: D. Triantafyllou en D. Bianchi, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 263 VWEU, en strekkende tot gedeeltelijke nietigverklaring van uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1144 van de Commissie van 26 juni 2017 houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PB 2017, L 165, blz. 37), voor zover dit betrekking heeft op de Italiaanse Republiek.
Dictum
|
1) |
Het beroep wordt verworpen. |
|
2) |
De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten. |