5.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 263/39


Arrest van het Gerecht van 12 juni 2019 — RV/Commissie

(Zaak T-167/17) (1)

(„Openbare dienst - Ambtenaren - Artikel 42 quater van het Statuut - Verlof in het belang van de dienst - Automatische pensionering - Niet voor beroep vatbare handeling - Gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid - Werkingssfeer van de wet - Aanvoering ambtshalve - Letterlijke, contextuele en teleologische uitlegging”)

(2019/C 263/43)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: RV (vertegenwoordigers: aanvankelijk J.-N. Louis en N. de Montigny, vervolgens J.-N. Louis, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Berscheid en D. Martin, gemachtigden)

Interveniënten aan de zijde van de verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Steele en D. Nessaf, vervolgens J. Steele en M. Rantala, en tenslotte J. Steele en C. González Argüelles, gemachtigden) en Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bauer en R. Meyer, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek krachtens artikel 270 VWEU strekkende tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 21 december 2016 om verzoeker krachtens artikel 42 quater van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie op verlof in het belang van de dienst te plaatsen en hem tegelijkertijd krachtens de vijfde alinea van die bepaling automatisch te pensioneren

Dictum

1)

Het besluit van de Europese Commissie van 21 december 2016 waarbij RV op verlof in het belang van de dienst is geplaatst en gelijktijdig automatisch is gepensioneerd, wordt nietig verklaard.

2)

Het beroep wordt verworpen voor het overige.

3)

De Commissie draagt haar eigen kosten en die van RV, daaronder begrepen die van de procedure in kort geding.

4)

Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie dragen hun eigen kosten.


(1)  PB C 144 van 8.5.2017.