Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 11 september 2018 –
Allstate Insurance/EUIPO
(Zaak C‑542/17 P) ( 1 )
„Hogere voorziening – Artikel 181 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Uniemerk – Aanvraag tot inschrijving van het woordmerk DRIVEWISE – Afwijzing van de aanvraag – Verordening (EG) nr. 207/2009 – Artikel 7, lid 1, onder c) – Artikel 7, lid 2 – Artikel 75 – Beschrijvend karakter – Nieuw woord samengesteld uit bestanddelen die elk kenmerken van de betrokken waren of diensten beschrijven – Bestemming van de waren en diensten – Onjuiste opvatting – Motiveringsplicht”
|
1. |
Hogere voorziening–Middelen–Onjuiste beoordeling van de feiten en het bewijsmateriaal–Niet-ontvankelijkheid–Toetsing door het Hof van de beoordeling van de feiten en het bewijsmateriaal–Uitgesloten, behoudens het geval van een onjuiste opvatting (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (zie punten 23, 24) |
|
2. |
Uniemerk–Beroepsprocedure–Beroep bij de Unierechter–Bevoegdheid van het Gerecht–Middelen van openbare orde–Ambtshalve onderzoek door de rechter (zie punt 40) |
Dictum
|
1) |
De hogere voorziening wordt kennelijk ongegrond verklaard. |
|
2) |
Allstate Insurance Company wordt verwezen in de kosten. |
( 1 ) PB C 13 van 15.1.2018.